Een verwaardeloosde pony. Foto GPD / Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
Een verwaardeloosde pony. Foto GPD / Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
Inbeslagname van een shetlandpony november 2008 in Noordwijkerhout. (Foto:GPD / Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming.)
Voorbeeld van te lange hoeven (Foto:GPD / Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming.)
DEN HAAG (GPD) - Voor een schijntje een pony kopen en geen flauw idee hebben hoe het beest moet worden verzorgd. Volgens deskundigen is het dé reden waardoor viervoeters worden verwaarloosd. ‘Alsof ze alleen maar een schiftelijk cursusje paardenverzorgen hebben gevolgd.’
In een drassig tuintje van zes bij zes meter vond Arie Leijendekkers, inspecteur bij de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID), onlangs twee viezige pony’s en een ezeltje. Water dat tijdens een regenbui van een achterliggende dijk naar beneden sijpelde, stroomde regelrecht het hok in dat op hetzelfde stukje land als stal fungeerde.
Eén bui en de beesten hadden geen droge plek meer over, vertelt
Leijendekkers. ‘Weinig ruimte en tot de enkels in het water. De eigenaar
krijgt ze pas terug wanneer ze weer op het droge kunnen staan.’
Leijendekkers ziet vaak al aan de leefomgeving of het beest goed wordt
verzorgd, want in koninklijke stallen komt hij nu eenmaal niet, zegt hij.
Staat er een ‘vervallen schuur, een verveloos huis, is het weiland een bende
en is er voor het paard niet genoeg te vreten’, dan weet de inspecteur
genoeg. ‘Het beest is dan meestal wat mager, ziet er verre van blinkend uit
en de hoeven zijn te lang.’
Steeds vaker komt Leijendekkers in actie om deze verwaarloosde of
mishandelde paarden te redden van een onaangenaam bestaan. Nederland telt
ongeveer 400.000 paarden en pony’s. Het aantal meldingen van verwaarlozing
of mishandeling van deze beesten is in drie jaar tijd gestegen van 1730 in
2006 naar bijna 2200 vorig jaar, blijkt uit cijfers van de LID. Ongeveer de
helft van die meldingen is terecht. Het gros van de beesten waarover die
meldingen binnenkomen, wordt niet goed verzorgd.
Onwetendheid
Pure onwetendheid, zegt Leijendekkers, het is
vaak geen kwade wil. ‘Het is alsof ze alleen maar een schriftelijk cursusje
paardenverzorgen hebben gevolgd.’ Directeur van de Dierenbescherming, Frank
Dales: ‘Iederéén kan tegenwoordig een pony kopen.
Meisjes van elf jaar zeuren hun vader aan het hoofd totdat ze een pony
krijgen. Op hun veertiende krijgen ze verkering en kijken ze er niet meer
naar om’, stelt hij. ‘Het beest wordt ergens in een weitje achteraf
geplaatst of via internetwinkel Marktplaats voor een appel en een ei
verkocht aan iemand die zo‘n paardje ‘ook wel leuk vindt’.’
Mensen die zomaar een paard of pony kopen, weten vaak niet hoe ze die
goed moeten verzorgen, meent Dales. ‘Ze gaan ervan uit dat zo‘n dier alleen
een beetje gras nodig heeft, maar denken er vervolgens niet bij na dat het
ook iedere zes tot acht weken naar de hoefsmid moet.’
De onwetendheid bij mensen is groot, beaamt voormalig hoogleraar dier
en recht Dirk Boon die ook zelf ‘door schade en schande is wijs geworden’.
Jaren geleden kocht hij een paard maar had daarbij over het hoofd gezien dat
het gezelschapsdier geen soortgenoten om zich heen had. Toen hij in de gaten
had dat zijn viervoeter een maatje miste, verkocht hij het beest. ‘Maar denk
maar dat genoeg paardeneigenaren niet tot dat inzicht komen’, stelt Boon.
Volgens Boon moet de overheid snel ingrijpen zodat niet langer
‘iedereen het in zijn hoofd krijgt een paard aan te schaffen’. Bovendien
moet minister Verburg (Landbouw) er meer aan doen om de beesten te
beschermen, vindt hij. ‘De wet laat toe dat je een pony bij wijze van
spreken in de gang van je huis stalt. Daar zijn ze niet voor gemaakt.’
Wanneer klanten bij paardenhandelaar Hans Verheijen voor hun dreumes
een pony‘tje willen kopen, adviseert hij hen wel eens een hobbelpaard aan te
schaffen. Maar vragen of de klant wel geld heeft om zo‘n beest te
onderhouden, doet hij niet meer. ‘Dan lopen ze wel naar een ander.’ Volgens
Verheijen ligt daar een deel van het probleem. ‘Mensen onderschatten wat het
houden van een pony kost - al snel tweehonderd euro per maand - en hebben
dan opeens niet voldoende geld meer om ze te verzorgen.’
Bovendien weet je nooit precies wat het beste voor zo‘n beest is,
vertelt hij. Je hebt grote paarden voor wie twee kilo brokken teveel is,
terwijl een kleine pony aan vier kilo voer te weinig kan hebben. De
paardenmensen van vroeger wisten dat maar nu hebben we mensen met paarden,
een heel ander verhaal.’
Meer huisdieren
Hoewel de Dierenbescherming zich het meeste zorgen maakt over de manier waarop mensen met paarden en pony’s omgaan, zijn ook veel honden en katten slachtoffer van verwaarlozing of mishandeling. In 2008 kreeg de Landelijke Inspectie Dierenbescherming in totaal 7581 meldingen en klachten binnen.
Aandeel meldingen/klachten per diersoort:
Honden 33 procent
Paarden en pony‘s 29 procent
Katten 16 procent
Schapen 4 procent
Konijnen 4 procent
Runderen 4 procent
Overig (50 diersoorten)10 procent
Bron: Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
Niet beschikbaar!





Sorteer reacties











