Mail voorzitter CDA-bestuurdersvereniging

  woensdag 18 augustus 2010 | 08:37 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 18 augustus 2010 | 08:56

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Geachte leden van de CDA-bestuurdersvereniging,

Als Voorzitter van de CDA-bestuurdersvereniging ben ik adviseur van het Partijbestuur en woon ik namens de CDA-bestuurdersvereniging de vergaderingen van het Partijbestuur bij. Met het oog op de inderhaast door het Partijbestuur georganiseerde bijeenkomsten voor CDA-bestuurders die, overigens zonder overleg met de CDA-bestuurdersvereniging, zijn belegd op woensdag 18 augustus en maandag 23 augustus 2010, lijkt het mij gewenst u nu alvast te informeren over de inhoud van mijn mondelinge/schriftelijke inbreng in de vergaderingen van het Partijbestuur van 10 augustus jongstleden en hedenavond 17 augustus 2010.

De inbreng: Of via een préambule, of als een van de eerste bepalingen van een regeerakkoord zou dienen te worden bepaald dat partijen (a)actief inhoud geven aan onze rechtsstaat, (b) de fundamentele rechten en vrijheden, de grondrechten, zoals vastgelegd in onze Grondwet en het Europees Verdrag, zullen bevorderen en waarborgen en dat partijen (c) meer in het bijzonder actief invulling zullen geven aan de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van godsdienst. Je kunt naar mijn oordeel met geen enkele partij regeren die zich hiermee niet kan verenigen. H

et Eindverslag van Lubbers spreekt in bijlage 2 - de verklaring van VVD, PVV, CDA - over "acceptatie van elkaars verschillen van mening en het volledig aan elkaar gunnen van de vrijheid van meningsuiting over bestaande verschillen van inzicht etc.". Via een gedoogakkoord zal de PVV onderdelen van het regeerakkoord steunen en VVD en CDA zullen van hun kant via het gedoogakkoord wensen van de PVV honoreren. De PVV koppelt gedoogsteun aan het maken van harde afspraken op het gebied van immigratie, integratie en asiel, veiligheid en ouderenzorg.

Naar mijn mening kun je als CDA nooit, ondertekend via een gedoogakkoord, accepteren dat de derde partij, de PVV in strijd met de beginselen van de rechtsstaat, in strijd met de grondrechten zal handelen. (NB: elk Kamerlid heeft de eed of belofte afgelegd en daarmee beloofd of gezworen niet in strijd met de Grondwet te zullen handelen en de wetten van dit land te zullen nakomen). Kortom de inhoud van bijlage 2 stuit bij mij op grote bezwaren. Als in die bijlage 2 (zie hiervoor) wordt gesproken over "harde afspraken over immigratie, integratie en asielbeleid" dan mag toch worden verondersteld dat het gaat om een rechtvaardig beleid gekoppeld aan het CDA-beginsel solidariteit. Strikte uitvoering en handhaving van het huidig wettelijk kader (van staatsecretaris Cohen) is dunkt mij voldoende. De uitvoerbaarheid vormt thans soms al een probleem.

Voorkomen moet overigens worden dat uitvoering van nieuwe "harde" of "flinke" beleidsimpulsen worden afgewenteld op lagere overheden. Meer in algemene zin dient voor wat betreft de rol- en taakverdeling tussen overheden het beginsel van de "gedecentraliseerde eenheidsstaat" in acht te worden. Binnen Nederland is sprake van drie bestuurslagen met een rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging, met een open huishouding en een eigen belastinggebied. Hierbij wordt het subsidiariteitsbeginsel nadrukkelijk vormgegeven (decentraal tenzij, alleen centraal als het moet). Als de rijksoverheid decentrale overheden iets (wettelijk) opdraagt moet ook door het Rijk de (financiële) uitvoerbaarheid worden gewaarborgd.

Dit en ook overige elementen uit het rapport "Van der Tak" zijn relevant vooral in het licht van de eerdere samenwerking met de VVD in Balkenende I. In het bijzonder de toenmalige Minister van Financiën had niets met lagere overheden (en Europa). Dit resulteerde in bijzonder slechte verhoudingen tussen het Rijk, het "Haagse" en gemeenten. Ook thans wordt al een forse aanslag gedaan op het gemeente- en provinciefonds. Verdergaande verslechtering van de financiële positie van lagere overheden brengt in het bijzonder de uitvoering van rijksbeleid in het geding. In de afgelopen jaren hebben regering en parlement een in relatie tot Europa geen positieve en proactieve rol vervuld. Meer aandacht hiervoor in de komende periode voorkomt enerzijds overbodige Europese richtlijnen en verordeningen, maar geeft anderzijds door een stevige inzet in voortrajecten een sterkere positie van Nederland in de Europese Unie.

Veel "overlast"ontstaat voor lagere overheden als onze nationale wetgever nog weer extra regels of beleid ontwikkelt ter aanvulling op EU-richtlijnen en –verordeningen. Het zou goed zijn om in de komende periode de rol- en taakverdeling tussen EU en nationale overheid en EU en lagere overheden (terugdringen van overbodige regels en bureaucratie op rijksniveau) expliciet te onderzoeken; daarmee valt winst te boeken. Het ware wenselijk conform het rapport "Van der Tak" geen energie te steken in het opheffen van waterschappen. Duurt lang, geeft onrust, veroorzaakt werk bij overheden en levert vrijwel niets op.

Echter, efficiency in de waterketen kan wel een aanmerkelijke "winst"opleveren. Met betrekking tot het onderwerp veiligheid het volgende. Bijlage 1 van het Eindrapport Lubbers bevat in dit verband enkele onderwerpen die zeer verschillend van aard zijn (rijp en groen). Zo wordt gesproken over "invoering nationale politie" (betreft nadrukkelijk een systeemwijziging die wetgeving vereist en veel discussie zal oproepen) en bijvoorbeeld over "begeleidingsplicht voor overlastgevende twaalfminners", "verbeterde informatiewisseling " etc. (enkele fragmenten, vooral betrekking hebbend op uitvoering).

Voor lagere overheden is het van belang te weten hoe wijzigingen van het politiebestel zullen worden geharmoniseerd met de recent tot stand gekomen Wet op de veiligheidsregio's (totstandkoming heeft meer dan zes jaren gevergd). Een gefragmenteerde benadering kan tot effect hebben dat bij een ramp verschillende overheden tegelijkertijd bevoegd zijn (minister inzake opsporing en de burgemeester inzake rampenbestrijding). Hierover zorgvuldig nadenken lijkt mij maatschappelijk een vereiste. Hoe dan ook moet duidelijk zijn dat de burgemeester primair bevoegd gezag is bij verstoring van de openbare orde en bij rampenbestrijding. En dat moet zo blijven.

Bovenstaande opmerkingen vormen een eerste reactie van mij als Voorzitter van de CDA-bestuurdersvereniging. Een afschrift van dit schrijven zend ik aan de waarnemend voorzitter van het CDA, Henk Bleker. Hem verzoek ik dit standpunt in te brengen in het Partijbestuur vanuit de CDA-bestuurdersvereniging. Beide onderhandelaars, Maxime Verhagen en Ab Klink, zend ik eveneens een afschrift.

De snelle actie van het Partijbestuur in de richting van u als CDA-bestuurders heeft ook ons verrast, daarom zend ik deze opmerkingen tegelijkertijd aan het bestuur van de CDA-bestuurdersvereniging en aan u als leden. Het valt dus zeker niet uit te sluiten dat het bestuur van de CDA-bestuurdersvereniging in de loop van volgende week nog een aanvullende reactie zal geven aan het Partijbestuur en aan de beide onderhandelaars. Met vriendelijke groet, Geert Jansen Voorzitter CDA-bestuurdersvereniging

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Gooi het allemaal maar in m'n pet, dan zal ik het morgen wel uitzoeken.
Wat een nutteloos gebral.
radconsu - 18-08-2010 | 09:21

U kon tot 17-09-2010 reageren op dit artikel.