
VELUWE - De Stentor besteedt de komende weken uitgebreid aandacht aan de
historische hongertocht naar de Veluwe die van 4 tot 12 augustus wordt
overgedaan. Heeft u zelf herinneringen aan het hongerdrama tijdens de
Tweede Wereldoorlog? Reageer!
Klik op lees verder voor
historisch beeldmateriaal
Zie ook:
Het moet een hommage worden. Aan de moeders met hun hongerige kinderen die
van de Randstad naar de Veluwe liepen, in de hoop op een paar happen eten.
En aan de 'barmhartige Samaritanen' die in 1944 en 1945 hun voedsel met de
hongerenden deelden. 
Tony van Vught (73) doet van 4 tot 12 augustus de tocht over die hij als elfjarige noodgedwongen moest maken - en die hem als hongerkindje uit Rotterdam hoogstwaarschijnlijk het leven redde. Wat als een persoonlijk initiatief begon, heeft de laatste maanden de emoties en verhalen losgemaakt. Zestig lotgenoten van toen doen mee aan deze hongertocht op herhaling. In Hattem, Heerde, Epe en Zwolle worden ze met open armen ontvangen. Eindelijk een gelegenheid om nog eens stil te staan bij het hongerdrama van toen. En geen negatieve verhalen over uitbuiting en woekerwinsten dan graag, die het sprookje kunnen bederven.
Loopband
Sinds 2000 is Ton van Vught gepensioneerd. Hij rust uit
van een drukke carrière die hem via Australië en Maleisië naar de Wereldbank
in Washington DC bracht. Nu de rust is gekomen, ging Ton van Vught steeds
intensiever terugdenken aan die barre oorlogswinter, met z'n extreme kou en
stagnerende etenstoevoer naar de grote steden. In zijn levensavond rijpte
het plan om het allemaal nog eens over te doen. Net als toen, vijfentwintig
kilometer per dag lopen, van Rotterdam naar Hattem. Hij traint er al een
paar maanden voor op een elektrische loopband. En toen hij in juni een
website opende om lotgenoten te zoeken liep het meteen storm.
Dat is raar, want toen een Rotterdammer drie jaar geleden de tocht ook wilde prolongeren waren de reacties lauw. Een verklaring? "De tijd is nu waarschijnlijk wat rijper dan een paar jaar geleden, het is min of meer de laatste kans om om de hongertocht te herdenken met mensen die het hebben meegemaakt: veel deelnemers zijn in de zeventig, eentje al in de tachtig. Dat realiseert iedereen zich al te goed, want je moet minstens vijf zijn geweest om er zelf nog iets van te weten. Ook aan de kant van de mensen die ons hielpen is die generatie nu snel aan het uitsterven."
Schriftje
Daarnaast speelt Van Vught het spel heel goed: hij
bestookt media met persberichten en kreeg Wendy Soeters uit Rotterdam aan
z'n zijde. Haar ouders waren ook etenszoekers geweest. Ze heeft in Rotterdam
een evenementenbureau en doet nu de hand- en spandiensten. Jan Nitrauw,
journalist uit Wapenveld is vooral in zijn eigen regio druk bezig geweest
met de organisatorische lijntjes en zo werd het al met al een geoliede
machine.
Ook het toeval hielp mee. In het laatste oorlogsjaar was het een chaos,
waardoor een officiële administratie van etenshalers nooit is bijgehouden.
Maar toch zijn bijna vijfhonderd namen bewaard gebleven in het klein blauw
schriftje, waarin ze in de hongerwinter werden opgeschreven door Gerrit
Bresser (nu 79 jaar). Gerrit woonde naast de Eper Brei- en naaischool, die
in allerijl was ingericht als overnachtingsplek toen een schier eindeloze
stroom van etenshalers plotseling het dorp overspoelde. Gerrit was met z'n
broer zo'n beetje de beheerder van het gebouw. "Het waren arme sloebers"
, zegt hij. "Ze oogden als zwervers, met vieze kleren, soms onder de
diarree, echt afschuwelijk - mensen die echt op de allerlaatste loodjes
liepen. Deerniswekkend. Ze sliepen 's nachts op het stro, en ze kregen dan
een bord pap - de ene week verzorgd door melkfabriek De Hoop uit Oene, de
andere week van Geldria uit Zuuk, en op vrijdag een heel klein beetje vlees
erbij van een plaatselijke slachterij. "De mensen met wie het heel
slecht ging mochten bij ons thuis aan tafel komen eten."
Vleespotten
Heel veel eten was er niet, zelfs niet op de Veluwe.
"Ze dachten in de Randstad dat we hier zo'n beetje de vleespotten van
Egypte hadden. Maar de boeren moesten hun totale oogst inleveren en de
controleurs stonden ernaast." En vergeet niet dat de winter heel streng
was, veel opgeslagen aardappels en appels waren bevroren. En toch - in
vergelijking met de steden in het westen was de situatie heilig. En dat
schriftje was door Gerrit aangelegd - hij zegt het met schroom - omdat ze
elkaars eten begonnen te stelen. "Het mocht weliswaar niet, maar 's
avonds namen we alle persoonsbewijzen in, en die werden 's ochtends pas weer
teruggegeven als bleek dat niets gestolen was." De diefstallen hielden
al snel op, en dat schriftje is dus bij deze herdenkingstocht een
onverwachte goudmijn met informatie.
De gemeenten Epe, Heerde en
Hattem hebben officiële ontvangsten opgezet, supermarkten en
verzorgingshuizen komen met rijk gedekte ontbijttafels - alsof de honger nog
immer niet bedwongen zou zijn - er is muziek en vertier, en de grondtoon bij
zowel de deelnemers als de ontvangers is blijmoedig en dankbaar. En niemand
laat dat sprookje graag bederven door het Salomonsoordeel van de historici,
die lang niet alleen de zonzijde zien. Veel bewoners en boeren aan de route
wáren weliswaar barmhartige Samaritanen, maar er waren ook honderden boeren
- schrijft dr. L. de Jong - die misbruik maakten van de afhankelijkheid van
hun landgenoten en goud en zilver - of de trouwringen - aannamen voor een
zakje tarwe. Historicus Chris van der Heijden beschrijft hoe een meisje van
zestien met de boer naar boven ging voor een hap eten en citeert de
journalist J. Raatgever, die met een 'bedelaarsbende' op het erf van een
boer wachtte tot er misschien eten verkocht zou worden. "We waren
eenvoudig lucht voor hem en als honden stonden we daar met bleeke gezichten
en leege tasschen."
Over één ding zijn de beide historici het roerend eens - zonder
barmhartigheid zou het aantal hongerdoden in de oorlogswinter (de
schattingen lopen uiteen van 18.000 tot 25.000) aanzienlijk hoger zijn
geworden.
Van de dertig levensverhalen op de site (
http://www.hongertocht.org) vindt Van Vught er niet één te rooskleurig.
Het reflecteert de werkelijkheid, en kinderen die de oorlog in een gastgezin
overleefden hebben er vaak de rest van hun leven contact mee gehouden. In
enkele gevallen is die dankbaarheid overerfd naar de kinderen - een enkeling
loopt in augustus mee met vader of moeder, of in plaats van - als ze al zijn
overleden. "Een manier", zegt van Vught "om iets mee te
krijgen van de offers die op het dieptepunt van de Tweede Wereldoorlog
gebracht moesten worden."
Historisch filmmateriaal Hongerwinter
(bron:
beeldbank Schooltv)
Beelden uit de hongerwinter in Amsterdam


Sorteer reacties











