DEN HAAG - Het roer moet drastisch om in de bouw en projectontwikkeling,
anders zijn huizen die nu gebouwd worden over enkele tientallen jaren rijp
voor de sloop. Er is niets geleerd van de fouten in naoorlogse wijken en er
wordt veel te weinig rekening gehouden met de toekomstige vergrijzing en
samenstelling van de bevolking.
Dat zegt Jan Rotmans, hoogleraar transitiemanagement aan de Erasmus Universiteit. ,,Er worden in Nederland vooral rijtjeshuizen gebouwd die bestemd zijn voor gezinnen met één of twee kinderen. Over dertig jaar bestaat minder dan de helft van de huishoudens uit deze samenstelling."
Het veertig-wijkenplan van minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) is volgens hem gedoemd te mislukken. ,,In de praktijk betekent het dat er vooral woningen worden gesloopt en er nieuwe panden worden neergezet. Maar de problemen zitten niet in de stenen. De problemen van zo'n wijk zijn veel breder. Een goede toekomstbestendige wijk moet zo opgezet worden dat mensen elkaar niet kunnen ontlopen. Dat is fout gegaan bij alle naoorlogse wijken. Als je van die achterstandswijken leefbare multiculturele wijken wil maken, moet je ervoor zorgen dat je bij de bakker niet alleen maar Turks brood kunt kopen en moet je niet de biljartclub uit die wijken weghalen. Je ziet bijna nergens meer sportparken midden in de wijk. Mensen moeten genoodzaakt worden om te leven in de wijk. Dat gebeurt niet door huizen te slopen en er wat duurdere voor terug te zetten, maar te zorgen voor voorzieningen die iedereen nodig heeft."
Vinex-wijken
Net als veel stedenbouwkundigen maakt Rotmans zich grote zorgen over de toekomst van Vinex-wijken. ,,Over dertig jaar gaan we die huizen slopen, daarvan ben ik overtuigd. Er zijn te weinig voorzieningen en er is te weinig variatie in de bouw."
Bouwers en projectontwikkelaars vinden de kritiek op de Vinex-wijken overdreven. Uit onderzoeken blijkt verreweg het grootse deel van de bewoners er juist prima naar de zin te hebben. Wel zeggen de ontwikkelaars dat er meer voorzieningen aangelegd moeten worden, voordat er grootschalig woningen worden gerealiseerd.
Daarnaast worden er ook steeds meer soorten huizen gebouwd, menen de bouwondernemers.
,,Dat zeggen de bouwers omdat zij tien verschillende soorten huizen bouwen" , wuift Rotmans de goede bedoelingen weg. ,,Verder beperkt de variatie zich tot een scheef dak of een andere kleur voordeur of raamkozijn. Er wordt nooit gevraagd wat de klant nu wil. Er wordt veel te weinig aan innovatie gedaan. Door bouwbedrijven wordt zelden octrooi aangevraagd. Dat zegt genoeg. "
Rotmans krijgt bijval van steeds meer stedenbouwkundige architecten. Zo ontwikkelt de in Duitsland werkzame Luxemburgse architect Rob Krier alleen maar wijken die vooroorlogs aandoen, zoals De Resident in Den Haag en de wijk Brandevoort tussen Helmond en Eindhoven. Volgens hem kan een wijk of stad alleen maar slagen als bewoners er zich mee kunnen identificeren. Er is volgens hem geen enkele naoorlogse Europese stad waar mensen zich thuis voelen.
Projectontwikkelaars omhelzen meer en meer het idee van karakteristiek aandoende intieme wijk met voldoende voorzieningen. Afgelopen paar jaar zijn zo de kastelenwijk Haverleij bij Den Bosch en Bataviastad nabij Lelystad gerealiseerd.
Rotmans vindt echter dat er nog steeds te weinig van dit soort wijken worden gebouwd en bovendien zijn die huizen onbetaalbaar met een modaal inkomen. ,,Je moet voorkomen dat er alleen yuppen in een wijk wonen en dat er voor onderwijzers, politieagenten en verpleegsters geen ruimte is. Daar wordt een wijk ook niet beter van, want dan mis je nog steeds de diversiteit."
















