DEN HAAG - Ouderen en gehandicapten moeten soms wekenlang op een aangepaste stoel of prothese wachten als ze naar een nieuwe zorgverzekeraar overstappen. Velen blijven daarom noodgedwongen bij hun huidige verzekeraar.
Dat blijkt uit een inventarisatie van klachten over het nieuwe zorgstelsel door patiëntenvereniging NPCF en uit onderzoek van gezondheidsinstituut Nivel. Patiënten krijgen van hun zorgverzekeraar hulpmiddelen in eigendom of in bruikleen. Wie van verzekeraar verandert, moet een geleend hulpmiddel vaak weer inleveren.
Het duurt volgens de NPCF soms maanden voordat de nieuwe verzekeraar een nieuw exemplaar verstrekt. Het Nivel constateert ook dat gebruikers van hulpmiddelen minder vaak van verzekeraar wisselen dan gemiddeld.
Gehandicapten klagen er bij de NPCF verder over dat ze steeds pijnlijk met hun aandoening geconfronteerd worden. Een van de klachten betreft een 40-jarige man die al sinds zijn kinderjaren nagenoeg doof is. Hij moet vanwege zijn nieuwe verzekering opeens weer naar een KNO-arts om aan te tonen dat hij recht heeft op een hoorapparaat. ‘Ik moet kennelijk keer op keer bewijzen dat ik doof genoeg ben.’ Vervolgens moet hij bij de nieuwe verzekeraar nog een aanvraag indienen, die weer beoordeeld moet worden.
‘Als ik bij elke overgang naar een andere ziektekostenverzekeraar in aanraking kom met dit soort kostbare en tijdrovende bewijstrajecten, dan wordt zitten blijven uiteindelijk bittere noodzaak.’ De NPCF vindt dit onterecht. ‘Het doel van het nieuwe zorgstelsel was meer keuzevrijheid voor de patiënt’, aldus een woordvoerster. ‘Maar je kunt niet kiezen voor een goedkopere verzekering als je vervolgens maandenlang niet over je hulpmiddelen kunt beschikken.’
Volgens de grote zorgverzekeraars CZ en Zilveren Kruis/ Achmea is onderling juist afgesproken dat een patiënt nooit zonder hulpmiddel mag komen te zitten.















U kon tot 27-01-2007 reageren op dit artikel.