DEN HAAG - Het aantal ouderen dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering zal de komende jaren explosief stijgen. Dat komt doordat steeds meer 65-plussers moeten rondkomen van een gedeeltelijke AOW-uitkering.
Dat blijkt uit een onderzoek dat momenteel door het Verwey-Jonker instituut wordt verricht in opdracht van diverse ouderenbonden. De bonden maken zich grote zorgen, omdat naar schatting nu al de helft van alle ouderen die recht hebben op een aanvullende bijstandsuitkering, daar geen gebruik van maakt. Hierdoor leven circa dertigduizend ouderen onnodig onder de armoedegrens. Tegelijkertijd voert nog geen twintig procent van alle gemeenten actief beleid om deze mensen op te sporen en op hun rechten te wijzen. Uit het onderzoek moet duidelijk worden hoeveel ouderen op of onder het sociaal minimum leven en waarom velen geen bijstand vragen.
Dit jaar ontvingen 27.000 65-plussers een aanvullende bijstandsuitkering, terwijl 206.000 ouderen die in Nederland wonen een onvolledige AOW-uitkering ontvangen. De verwachting is dat die groep over tien jaar meer dan verdubbeld zal zijn naar 434.000.
Het gaat vooral om allochtone ouderen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen. Alleen wie vijftig jaar in Nederland heeft gewoond, heeft recht op een volledige AOW-uitkering. Voor elk gemist jaar geldt een korting van twee procent. Door dit systeem worden allochtone ouderen nu al gemiddeld dertig procent gekort op hun uitkering.
Volgens berekeningen van het Verwey-Jonker instituut zal in 2009 de gemiddelde korting zijn opgelopen tot 51 procent. Vooral allochtone vrouwen zien zich gekort op hun uitkering, omdat zij vaak pas jaren later door hun echtgenoten naar Nederland werden gehaald. Meestal hebben deze ouderen ook geen volledig pensioen opgebouwd doordat ze minder dan veertig arbeidsjaren hebben. Bovendien is hun pensioen gering, doordat ze altijd laag betaalde banen hebben gehad.
Niet beschikbaar!














U kon tot 29-01-2007 reageren op dit artikel.