INTERVIEW, AARHUS (GPD) - Voor het huis van Kurt Westergaard in het Deense Aarhus staat een agent, dag en nacht. De voordeur lijkt op die van een kluis. In januari drong een 28-jarige man via de tuin binnen om de cartoonist te vermoorden. Twee bodyguards luisteren mee als hij over zijn werk praat en over zijn besluit te stoppen.
‘Die avond zat ik op de bank in de huiskamer met mijn kleindochter Stefanie van vijf jaar. Stefanie logeerde bij ons, ze had haar been gebroken tijdens een skivakantie. Ik ging naar de wc en toen ik terugkwam hoorde ik een hoop lawaai.
Iemand was bezig het raam, kapot te slaan. De man schreeuwde er hard en onverstaanbaar bij. Ik stond als aan de grond genageld. Na dertig seconden lag het glas eruit. Ik moest in een split second beslissen. In de kamer blijven en het gevecht aangaan met de insluiper. Dan was het op een bloedbad uitgelopen. Ik zou voor de ogen van mijn kleinkind zijn gestorven.
De veiligheidsdienst had verteld dat de familie geen angst hoefde te hebben. Deze terroristen gaan alleen voor hun doelwit. Ik besloot tot de tweede optie en trok me terug in de badkamer, die dient als veiligheidskamer. De deur heeft een dikke stalen plaat. Die man begon op die deur in te hakken. Ik belde de politie vanuit de badkamer.
Toen begonnen de vijf ergste minuten van mijn leven. Voor mijn gevoel duurde het een eeuwigheid. De politie kwam. De man viel ze aan en werd vervolgens in zijn been geschoten.”
Stefanie en ik waren veilig, we hadden geen schram. Ik maakte me grote zorgen om Stefanie. Hoe had ze dit ervaren? Tegen de politie zei ze: ‘Ik denk dat het een dief was, want'dieven maken altijd het glas kapot’. Tegen haar ouders zei ze: ‘Die man was boos op Kurt’. Sinds die tijd heeft ze er niet meer over gesproken. Ze had het dus heel goed verwerkt.”
‘Dit fundamentalisme doet me denken aan mijn jeugd. In ons dorp was iedereen christen. De christelijke fundamentalisten maakten de dienst uit. Mijn vader was de kruidenier, hij was er zeker van dat hij in het paradijs terecht zou komen. Dit miserabele leven was van voorbijgaande aard. Hij wilde dat ik naar de zondagsschool ging.
Als ik op die zondagen weer naar buiten kwam, keek ik hoopvol naar de blauwe hemel. Ik was bang dat de duivel me zou komen halen. God was ver weg, maar satan volgde al mijn voetstappen, zo werd ons ingeprent.
Mijn jeugd werd verpest door die angst. Pas op de middelbare school kon ik die van me afschudden. Ik kreeg intellectuele werktuigen, waardoor ik kon vechten tegen dit verschrikkelijke fundamentalisme. Dat was echt een bevrijding.’
‘Tekenen was een manier om mijn gedachten en gevoelens weer te geven. Ik had al eens wat getekend voor een sociaaldemocratisch krantje. Op een dag kreeg ik een telefoontje van de Jyllands-Posten. Ik mocht alles tekenen. Behalve karikaturen van God, Ronald Reagan en erotische taferelen. Daar zouden de lezers aanstoot aan nemen. Dat was toen JP nogal conservatief was. Nu zou je ze liberaler kunnen noemen.” ‘Ik wilde graag meedoen aan het Mohammed-project.
Het ging mij niet zozeer om Mohammed de profeet. Ik wilde het hebben over de terroristen. De hele westerse wereld was in shock. Ik ook. Wat op 11 september in Amerika gebeurde was mijn motief voor de cartoon, waarbij Mohammed slechts een symbool is. De profeet Mohammed is gebruikt en misbruikt door terroristen, zo moet je het zien.
De cartoon zegt niets over de profeet zelf.” ‘Elke dag maakte ik een cartoon voor de krant. Maar sinds november vorig jaar heb ik onvrijwillig vakantie. De mensen van de krant zeiden tegen me: ‘Kurt, neem eens twee maanden vakantie.’ Toen die was afgelopen werd mij opnieuw twee maanden aangeboden.
Binnenkort praat ik weer met ze. Maar ik weet nu al dat ik stop met cartoons. Ik heb altijd aan de mensen van de krant gevraagd of ik een veiligheidsrisico was. Of ik moest stoppen. Nee, zeiden ze altijd. Maar na november ervaar ik dat wel zo. Een stilzwijgende manier om mij te vertellen dat ik zou moeten stoppen. Ik respecteer dat.
Er zijn nu te veel mensen, die door mijn cartoon in een isolement moeten leven.” ‘Ik ben niet banger geworden. Wel kwader. Ik heb gewoon mijn werk gedaan, cartoons maken in de beste Deense traditie. Mijn geweten is zuiver. Ik moet leven met bewaking. Als ik ga shoppen moeten er twee of drie jongens mee. Zij zijn voor de rest van mijn leven bij me, als nieuwe zonen.
Als dit ooit stopt, kan ik wellicht weer eens in mijn Fiat rijden. Ik ben nu 75. Zou oud dat ik leef met een horizon van vijf jaar. Ik wil ik genieten van mijn kinderen en kleinkinderen. Ik schilder nu taferelen uit de sprookjes van Hans Christiaan Andersen.” ‘Ik was er niet blij mee dat meneer Wilders mijn cartoon heeft gebruikt voor zijn film Fitna.
Mijn familie is multi-etnisch. Er zijn ook moslims bij, wij leven in harmonie met elkaar. Wilders is een opmerkelijk man. Toen we hem zouden ontmoeten in Kopenhagen zei mijn vrouw: ‘ik ga vragen wat hij met zijn haar doet.’ Ik zei: ‘je laat het.’ Maar toen ze hem een hand gaf vroeg ze toch: ‘is dat uw natuurlijke kleur?’ ‘Natuurlijk’, zei hij. Hij vertrok geen spier.”















U kon tot 21-05-2010 reageren op dit artikel.