Mosjes in het Wisselse Veen bij Epe. foto Willem Kolvoort
De bladeren van de waterlelie zijn in het begin nog rood maar worden > > eenmaal aan de waterspiegel langzaam groen door de ontwikkeling van chlorofyl. foto Willem Kolvoort
HATTEM - Zijn onderwaterfoto ’s getuigen van vele reizen over de wereld. Hij kreeg er meerdere grote internationale prijzen voor. Maar Willem Kolvoort (71) uit Hattem gaat al bijna veertig jaar het liefst kopje onder in Nederland. Voor het intrigerende fotoboek ‘Oer, De kracht van kijken’ – met teksten van onder meer Hans Dorrestijn en Jan Terlouw - koos hij voor sloten en plassen in eigen regio.
Willem Kolvoort is net terug uit Suriname. Voor de tweede keer zocht hij naar de verdwenen dorpen van de Marrons of bosnegers die noodgedwongen moesten verhuizen vanwege de komst van het Brokopondostuwmeer. Met behulp van oude kaarten speurde de onderwaterfotograaf naar de overblijfselen. “Het meer is zo groot als de provincie Utrecht en het gaat om zo’n 10 dorpen. Ik heb veel foto’s gemaakt van verdronken bomen. Maar het water wordt steeds troebeler”, vertelt hij nauwelijks bekomen van een jetlag. Zeven jaar geleden was hij daar ook. Toen stuitte hij onderwater op een stalen wegwijzerbord met opschrift Witte Kreek. Een van de verdwenen oerwoudkreken. Met deze foto, verschenen in de Suriname Jaarkalender 2005, won hij de eerste prijs. “Ik nam een hap lucht en heb het bord rechtop gezet. Vervolgens heb ik gewacht tot het stof bezonken was, waarna ik het kon fotograferen op 4 a 5 meter diepte. De zon valt mooi door de uitgesneden letters.” Hij nam het relikwie mee naar de expeditiegroep maar plaatste het aan het eind van de reis terug in het meer. “Ik heb vorige week nog gekeken maar het was nergens te vinden.”
Vlak voor zijn Surinametrip werd het grote fotoboek “Oer, De kracht van kijken” gepresenteerd. Een indrukwekkende uitgave over de “oerkracht” van de Nederlandse natuur, waarvoor hij samenwerkte met landschapsfotograaf Martin Kers. Kolvoort deed zijn werk onderwater en Kers pakte de beelden erboven. De prachtig vormgegeven foto’s worden afgewisseld door teksten van schrijvers, waaronder Hans Dorrestijn, Jan Terlouw en K. Schipper. De laatste staat bekend om zijn beeldende taal. “Ik zat daar in een houten stoel op het gras, gekleed in een pak van kroos”, schrijft Schipper in zijn bijdrage. Kolvoort is ook blij met de column van Hans Dorrestijn. “Ik had hem enkele foto’s gestuurd maar hij vond aanvankelijk dat hij hier niets aan toe te voegen had.” Toch ging de cabaretier overstag. In een kort artikel verwoordt hij zijn onvermogen om kleine verschillen te zien bij vogels en vissen. Kolvoort begrijpt het verdriet over deze tekortkoming. “Juist die details maken het boeiend. Daarom tonen we in het boek veel close-up beelden naast het totaal.”
Voor het ‘Oerboek’ dook Kolvoort onder meer in de Weerribben, Engelgaarde bij Meppel, het Wisselse Veen bij Epe, Zwartsluis, de Whytmenerplas en De Markte bij Zwolle. Zijn beelden lijken on-Nederlands exotisch. Geen dier of plant is als zodanig herkenbaar. De ronde rode planten in zijn natuurvijver, die hij 17 jaar geleden aanlegde, zouden net zo goed tropisch kunnen zijn. “Het zijn de ontluikende bladeren van de waterlelie”, licht de natuurfotograaf poëtisch toe. Hij verwondert zich na veertig jaar nog altijd over de vormen van de Nederlandse natuur. “Ik ben verbaasd hoe zij iedere keer weer opveert. Het Wisselse Veen bijvoorbeeld bij Epe. Vroeger was dit weiland; het lag laag tegen de bossen van de Veluwe. Het Gelders Landschap heeft het gekocht, de bemeste weidegrond afgegraven, poelen gegraven en er een kunstmatige dam aangelegd. Nu komt het grondwater naar boven en zie je in de voedselarme grond de meest fantastische planten terug.” Hij wijst op de foto’s van groene mosjes. “Ze produceren zuurstof en de zuurstofbelletjes blijven aan de plantjes hangen. Deze vormen samen een grote bel als een diamant.”Volgens de onderwaterfotograaf is het zeker niet hopeloos gesteld met onze wateren. “De ecologische kwaliteit van rivieren, plassen en sloten wordt beter.” De Reest bij Meppel vormt nog een uitzondering. Hier dook hij ook voor zijn boek Beeldschoonwater, over de waterkwaliteit in Drenthe, dat ook afgelopen jaar verscheen. “Een prachtig riviertje maar de waterkwaliteit is slecht.”
Kolvoort fotografeerde zichzelf op deze plek onderwater als bewijs. “Ik had de camera op zeven centimeter afstand maar je ziet: ik ben nauwelijks zichtbaar. Door de vele bovenstrooms liggende landbouwgronden bevat het water teveel meststoffen.” Als kind al maakte Kolvoort van een autobinnenband, een stuk glas en een gebogen elektriciteitbuis een provisorische snorkel. “Ik wilde kijken met de ogen van kikkers en vissen.” Hij ervaart nog steeds een ‘oergevoel’ als hij kopje onder gaat. “Het geluid valt weg. Boven water wordt je altijd geconfronteerd met cultuur; de snelweg en de mensen. Onderwater is geen geluid. Het is er wel, maar onze trommelvliezen zijn niet geschikt om onderwater geluiden op te vangen. Jacques Cousteau noemde het: de wereld der stilte.”
De Hattemer wordt wel vergeleken met de wereldberoemde onderwatercineast. “Vanwege mijn fascinatie voor slootjes en plassen in het kleine Nederland noemen ze me wel: Cousteau op klompen of Cousteau van de sloot”, glimlacht Kolvoort die heel bewust kiest voor de zogenaamde onbeduidende watertjes. “Ik zou niet gauw weer in de tropen fotograferen. Door koraalriffen word ik niet meer geprikkeld. Je belandt snel in clichébeelden.” Zelf ziet hij het meest in het troebele water van eigen bodem. “Nederlands zoetwater is mijn passie. De slootjes en plassen geven me alle vrijheid nieuwe beelden te creëren. Vervreemdende, hallucinerende beelden. Zo dichtbij, maar zo onbekend.”
Martin Kers en Willem Kolvoort: Oer, De kracht van kijken. Thieme Art,
euro 39,95.
www.thiemeart.com;
www.kolvoortonderwaterfoto.nl
Niet beschikbaar!



















U kon tot 01-02-2009 reageren op dit artikel.