DEN BOSCH – De uit het Frans Halsmuseum gestolen meesterwerken die vorig
jaar door de politie boven water zijn gehaald lagen bij een man uit Neerpelt
in België. Op de dag, 12 september, dat ze in een woning in Boxtel werden
gekocht door een politie-infiltrant waren ze daar eerst opgehaald door de
24-jarige zoon van de Bossche zakenman Hans van Meesen. Dat bleek gisteren
tijdens de rechtszaak over de heling door de rechtbank in Den Bosch.
De 24-jarige zoon droeg de kostbare werken op zijn beurt in Valkenswaard over aan koeriers. In twee keer transporteerden die de meesterwerken naar de woning in Boxtel. Daar nam een destijds 69-jarige Bosschenaar de schilderijen in ontvangst.
Nadat de schilderijen, door een andere infiltrant, op echtheid waren gecontroleerd betaalde de pseudokoper van de politie beide keren 500.000 euro. De bejaarde Bosschenaar gaf het geld, in twee stapels van 500 500 eurobiljetten en verpakt in aluminiumfolie, mee aan de koeriers. Die hebben later verklaard dat ze het geld aan de 24-jarige zoon hebben overhandigd, de ene keer na veel omzwervingen bij het Novotel in Eindhoven, de andere keer in de sportschool van diens vader in Den Bosch. Twee ton van het geld, waarvan de politie de nummers had genoteerd, werd later teruggevonden, de helft in de woning van Van Meesen, de andere helft in het chalet van de zoon dat op diens perceel staat. De rest is nog steeds kwijt. Een vijfde schilderij kreeg de politie een dag later gratis in handen. Bij de overdracht daarvan werden de verdachten gearresteerd.
De bejaarde Bosschenaar was gisteren aanvankelijk als enige bereid om te reageren op de beschuldigingen. Dat leidde tot hilarische momenten in een zitting die in een opvallend jolige sfeer begon. Maar na de eerste korte onderbreking van de rechtszaak die uiteindelijk de hele dag zou gaan duren beriep ook hij zich verder op zijn zwijgrecht. De beide koeriers, die bekennende verklaringen hebben afgelegd, woonden de zitting overigens niet bij.
Het beroep dat de verdachten deden op hun zwijgrecht weerhield de rechtbank er niet van hen de observaties van de politie, afgeluisterde telefoongesprekken en met name ook de processen verbaal van de infiltrant ‘Geert de Rooy’ en diens begeleider voor te houden.
Daaruit bleek dat de infiltrant, de bejaarde Bosschenaar en later ook ook de zoon van Van Meesen en de man uit Neerpelt elkaar talloze malen in allerlei horecagelegenheden in Den Bosch ontmoetten. Iedere keer hoorde de politie hen eerst telefonisch afspreken, waarna observatieteams de ontmoetingen registreerden.
Voortdurend waren de mannen bezig met zeer omzichtige pogingen om tot een bezichtiging van de schilderijen te komen en het bewijs te leveren dat de doeken werkelijk geleverd konden worden. Keer op keer gaf de bejaarde Bosschenaar tegenover de infiltrant aan dat hij liever geen zaken deed met ‘de zoon’ en dat vader Van Meesen aan de touwtjes trok. Die ontkent dat overigens ten stelligste.
Het proces gaat volgend jaar op 6 januari verder.













