Volledig scherm
Renate Wennemars © Marco de Swart

Briefje

Dank u wel mevrouw. Echt ontzettend lief van u. Het komt namelijk niet zo vaak voor dat ik een handgeschreven brief ontvang.

Ik viste hem eergisteren uit de brievenbus. Het was een witte envelop van de Stentor. Daar zat een briefje in. Van u. U schreef aan de Stentor dat u mijn adres niet had. Dus of zij het even wilden doorspelen. Er zat een kaartje bij.

In deze tijd is het extra bijzonder om een handgeschreven complimentje te ontvangen. Mensen kammen elkaar liever af, via social media. Maar daar doet u waarschijnlijk niet aan. U bent tenslotte in 1927 geboren en dus al heel oud. Ik kan het zien aan uw handschrift ook. Het is wat bibberig, maar netjes aan elkaar geschreven.

Misschien heeft u mindere en betere dagen. Het kaartje heeft u in een opwelling geschreven, gok ik. Uw handschrift is een beetje onvast. Het begeleidend briefje dateert van een paar dagen later. Het handschrift is strakker. U schrijft dat u mij een veer op mijn hoed wil geven. Ook zo lief. Want tegenwoordig spreken we meestal van een veer in de reet.

U bedankt mij voor het stukje over de gifaanval in Syrië. Daarin sprak ik mijn verbazing uit over het feit dat het niet op de voorpagina van de krant stond. Omdat het wat mij betreft zo grensoverschrijdend was, dat het op die plek thuishoorde.

U schrijft dat u de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt. Dat u 14 jaar werd in augustus. Dat moet dan in 1941 zijn geweest. En ineens realiseer me wat een belediging het is, naar mensen als u, dat we er nog zo’n potje van maken in de wereld. Dat mensen nog steeds op basis van ras of bevolkingsgroep als bedreiging worden aangemerkt. Dat mensen als Geert Wilders zoveel volgers kunnen krijgen.

Wat zult u teleurgesteld zijn. U schrijft dat u zo blij was met de Canadezen en dat na de bevrijding klonk: nooit weer. En nu, aan het eind van uw leven, staan we er zo voor. Mijn excuses mevrouw. Namens de mensheid.