[REPORTAGE]
Scholen komen in de problemen door daling van het aantal leerlingen. En die krimp zal alleen maar toenemen, blijkt uit nieuwe prognoses. „We moeten samenwerken om te overleven.”
Zie ook:
Angèle van der Star moet alle zeilen bijzetten om verdere krimp van haar school te voorkomen. Voor de zomer moesten twee collega's weg omdat het leerlingenaantal de afgelopen twee jaar van 175 tot 140 daalde. Niet omdat de school slecht is of leerlingen massaal verhuizen, maar omdat er de afgelopen jaren minder kinderen zijn geboren. Voor de komende vijf jaar verwacht de directrice van openbare basisschool De Wilster in het Groningse Middelstum dan ook een afname van het aantal leerlingen met nog eens 25 procent.
„Ik knok ervoor om dat te voorkomen, maar dan zal een andere school het extra merken. Dat is heel cru, maar wel de waarheid.” De directrice merkt dat de leraren het erg moeilijk hebben, want hun baan staat op de tocht. „Krimpen we met vijftien of twintig leerlingen, moet er weer een leraar weg”, zegt Van der Star. „Ik moet creatief zijn, hou met kunst- en vliegwerk de school draaiende.”
Naar verwachting krijgen veel scholen in het primair onderwijs vanaf nu met forse krimp te maken. Tussen 2010 en 2015 daalt in Groningen, Friesland, Drenthe, Gelderland en Limburg het aantal leerlingen van basisscholen naar verwachting met 12 procent. Dit komt door de afname van de bevolking, daling van de werkgelegenheid in verschillende regio's en trek naar grotere steden. Hoewel het aantal leerlingen op de middelbare scholen de komende jaren nog toeneemt, ontspringt ook het voortgezet onderwijs de dans niet.
Scholen en gemeenten beginnen inmiddels te beseffen dat ze tijdig maatregelen moeten nemen als het leerlingenaantal daalt. We moeten wel, ziet ook Simone Walvisch, bestuurslid van de brancheorganisatie van het primair onderwijs PO-raad. „Het gaat heel erg hard. Op sommige scholen moeten ze het al met een derde minder leerlingen doen.” Een groot probleem, vindt ze, omdat een deel van de financiering van scholen is gebaseerd op het leerlingenaantal. „Het geld wordt minder, maar de vaste lasten blijven gelijk. Daardoor is er geen geld om docenten aan te houden.”
Voor kleine scholen met minder dan 145 leerlingen is de ontwikkeling helemaal funest, vervolgt ze. Er zijn nu 2.100 van deze kleine scholen. „Die dreigen nog kleiner te worden. Docenten hebben er steeds minder collega's om mee te overleggen. Ze moeten steeds harder werken. De kwaliteit van het onderwijs is in het geding.” Scholen worden vooralsnog volgens de huidige wetgeving opgeheven wanneer ze minder dan 23 leerlingen tellen. Die grens wordt naar verwachting op korte termijn naar beneden bijgesteld.
Angèle van der Star verwacht niet dat het met De Wilster zover zal komen. Toch wil ze op alles voorbereid zijn. „Ik doe er alles aan om de school sterk te maken en leerlingen aan ons te binden. Ik ben erg blij dat nu al voor- en naschoolse opvang in onze school zit. En we kunnen onze lokalen verhuren aan de gymnastiekclub.”




























U kon tot 24-11-2010 reageren op dit artikel.