APELDOORN - Jarenlang groeiden de bomen tot in de hemel in corporatieland. Ook voor wat betreft het salaris van de directeur-bestuurder. Die tijd is voorbij: een nieuwe wet legt de bezoldiging van de bazen van de sociale volkshuisvesting aan banden. De Stentor dook in de cijfers en maakte de balans op. Wat blijkt: prestaties en grootte zijn niet bepalend voor het salaris. Willekeur is dat wel.
Zie ook:
In 2006 kreeg de toenmalige directeur-bestuurder van de Deventer woningcorporatie Rentree een salaris van 131 mille, in 2009 was dat al met 25 procent gestegen tot 165.000 euro. In diezelfde tijd stegen de kosten voor het toezicht van 23.000 euro met vijftig procent naar 35 mille.
Dat is saillant, gezien de nieuwe Wet Normering Topinkomens (WNT) in de publieke en semi-publieke sector bestudeert. De Tweede Kamer scherpte het wetsvoorstel in december jongstleden aan door te bepalen dat toezichthouders maximaal vijf procent van het salaris van de directeur-bestuurder mogen krijgen, de voorzitter maximaal 7,5 procent.
Toezicht en bestuur worden zo nog meer dan al het geval was afhankelijk van elkaar. Als dat maar goed gaat in een wereld waarin de raad van toezicht in toenemende mate onder vuur komt te liggen. De kritiek groeit naar mate er meer incidenten gebeuren. En die incidenten volgden elkaar in 2011 in hoog tempo op.
In het geval van Rentree laaide dit jaar een oude kwestie op, want de directeur-bestuurder die met instemming van de raad van toezicht in vier jaar tijd een kwart meer salaris verdiende, raakte eind 2009 op een zijspoor en werd uiteindelijk ontslagen. Met ontslagvergoeding.
De hele kwestie kostte de corporatie 1,2 miljoen euro. In corporatieland kost alles veel geld. De externe toezichthouder, door de minister aangewezen, kreeg dertig mille voor vijf maanden. Een interim-bestuurder voor vijf maanden dik 95 mille. Een forensisch accountantsonderzoek naar de kwestie acht ton.
Heel Deventer heeft last van zo’n kwestie, de belangen zijn groot. Rentree boekte tientallen miljoenen af doordat verworven bezittingen (bijvoorbeeld grond) veel minder waard bleken dan in de boeken stond en de corporatie moet de tering naar de nering zetten. Onderhoud en renovatieplannen worden opgeschort.
En om aan geld te komen worden huizen verkocht. Da’s lekker, terwijl er een wachtlijst is voor huurwoningen. Bovendien: al die te koop staande woningen drukken de prijs op de markt. En da’s lekker, als je als particulier je huis probeert te verkopen, zoals in Maastricht ook al merkbaar is als gevolg van het Servatius-debacle.
Tijd om de corporaties eens de maat te nemen. Hoe presteren ze eigenlijk? Hoe worden ze gewaardeerd? Hoe is de beloning van directeur-bestuurders geregeld? Hoeveel geld is gemoeid met het toezicht? De Stentor dook in jaarverslagen over 2010 en recente cijfers van het Centraal Fonds Volkshuisvesting en maakte een nulmeting.
Op een goed moment: de Tweede Kamer besloot begin december dat de Balkenende-norm dwingend wordt.
Op termijn moeten ook bestaande gevallen voldoen aan de Balkenendenorm. Hoewel het de vraag is of deze bepaling voldoet aan de wetgeving - want verworven rechten kunnen niet zomaar aan de kant worden geschoven - is het signaal duidelijk: geen enkele corporatiebestuurder verdient meer dan de norm die toenmalig premier Balkenende stelde van een ministerssalaris plus dertig procent.
In 2010 was die norm 188.000 euro. Nu klinkt het als harde grens maar in de praktijk is ’ie boterzacht. Want is dat inclusief pensioenbijdrage? Onkostenvergoeding? Auto van de zaak? De rekkelijken rekken de norm op tot ruim 220 mille.
Wie de norm strak hanteert, komt uit op 23 bestuurders (van de negentig corporaties) die meer dan de Balkenende-norm krijgen. Volgens de rekensom van de rekkelijken zijn er elf corporatiebestuurders in de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland die meer dan de ruime norm kregen.
Hoe groter de corporatie, hoe beter het toezicht? Dat is de vraag. In elk geval worden substantiële bedragen uitgekeerd aan raden van toezicht. Toezichthouders komen gemiddeld vijf of zes keer per jaar bijeen en zijn daarnaast belast met een aantal commissies. Ze mogen volgens de normen niet meer verdienen dan 15 mille. De meesten houden zich daaraan, sommigen niet. De negen commissarissen van Ymere, actief in onder meer Almere, kwamen vijf keer bijeen en organiseerden drie bijeenkomsten. Daarvoor kregen ze gezamenlijk 224.000 euro, de leden krijgen meer dan de norm. Ymere presteert redelijk. De productiviteit van de ruim duizend personeelsleden is iets lager dan je mag verwachten, de (netto) bedrijfslasten per wooneenheid zijn iets gunstiger ten opzichte van de referentiecorporatie die het CFV hanteert.
Maar is ‘redelijk’ niet een wat schamele prestatie voor een organisatie die bijna 1,1 miljoen euro gebruikt om bestuur en toezicht te financieren. Wie op zoek gaat naar de best presterende corporatie van de drie provincies, moet naar de qua grootte 40e corporatie: Woningstichting Hellendoorn (3115 woningen). Lage bedrijfslasten per wooneenheid, een hoge productiviteit (het werk wordt door weinig mensen gedaan) en een bescheiden salaris van de directeur-bestuurder: zo’n twintig mille boven de hoogste schaal uit de CAO Woondiensten van 2010. Directeur-bestuurder daar was in 2010 Johan Oude Engberink. Goed voor 114.140 euro per jaar en daarmee een witte raaf in corporatieland.
Oude Engberink (hij nam begin december 2011 afscheid) placht op het fietsje naar zijn werk in Nijverdal te gaan. In 2010 greep hij net naast de titel corporatiedirecteur van het jaar, een titel die in het leven werd geroepen door de Nederlandse Vereniging van Bestuurders Woningcorporaties (NVBW). ,,Het mag belegen klinken maar ik zie het als de eerste taak van een woningstichting te zorgen voor goede, betaalbare woningen voor mensen die geen koopwoning kunnen betalen. En dan mag je als corporatie heus nog wel wat koopwoningen in de prijsklasse tot 200.000 euro neerzetten, maar daar houdt het dan wel mee op’’, zei hij bij zijn afscheid tegen De Twentsche Courant Tubantia. Geen fratsen in Nijverdal. De waardering vanuit de vereniging van corporatiedirecteuren mag dan groot zijn, hij krijgt weinig navolging. Een paar kilometer ten noordoosten van Nijverdal krijgt de baas van de iets grotere corporatie BeterWonen Vechtdal (3372 woningen) in Hardenberg bijna zestig mille meer, in Vollenhove betaalt Wetland Wonen Groep (3441 woningen) zelfs 195.332 euro.
Ook onder kleinere corporaties is het willekeur troef. Woningstichting de Gemeenschap in Nijmegen (2105 huizen) doet het ‘goed’ qua productiviteit en ‘redelijk’ wat betreft bedrijfslasten per woning maar de directeur-bestuurder krijgt 169 mille. Woonservice IJsselland in Doesburg is net zo groot, scoort beter en de directeur bestuurder krijgt 63 mille minder dan zijn collega in Nijmegen. Het zijn enorme, lastig te verklaren verschillen.
















U kon tot 30-01-2012 reageren op dit artikel.