ZUTPHEN - Het breken van het scheenbeen van de tegenstander tijdens een potje zaalvoetbal, was een ongeluk. Althans, dat beweerde S.O. (22) uit Apeldoorn vrijdag tegenover de politierechter in Zutphen. "Ik was een fractie van een seconde te laat bij de bal," was de verklaring van S. over de botsing tijdens de wedstrijd in Heerde.
De wedstrijd die al op 21 september 2009 werd gespeeld, was een felle. Er vielen veel doelpunten en er werden volgens S. ook veel overtredingen gemaakt. De verdachte zag de mishandeling die hem werd verweten dan ook als een overtreding. Volgens de jongeman werd er op het fatale moment een spel van alles of niets gespeeld. De tegenpartij stond in de laatste minuut met één punt voor en S. werd ingezet als vliegende keep.
Op het moment dat hij de tegenspeler met de bal naar het doel zag komen, besloot hij uit te komen en de bal weg te schieten. In plaats van de bal raakte hij echter vol het onderbeen van zijn concurrent.
"Een aanslag," verklaarden zowel de scheidsrechter als de tijdswaarnemer tegenover de politie over de gebeurtenis in Heerde.
Zij meenden zelfs dat S. helemaal niet van plan was de bal te raken, maar dat hij doelbewust op zijn slachtoffer afging. Na de doodschop tegen het onderbeen, was er dan ook geen houden meer aan. Het speelveld veranderde in een slagveld van scheldende mensen, rondvliegende stoelen en het publiek dat van de tribune naar beneden kwam.
Het slachtoffer werd afgevoerd naar het ziekenhuis waar hij twee keer geopereerd moest worden. Ook moest de man zes maanden met krukken lopen en moest hij zijn opleiding tot sportinstructeur stoppen. S. werd voor zes maanden geschorst door de KNVB.
De Apeldoornse verdachte hield vrijdag vol dat het een ongeluk was.



Sorteer reacties















U kon tot 12-03-2012 reageren op dit artikel.