Rambo de olifant is één van de meest opmerkelijke acts in de vijftiende editie van het Wintercircus van Wim Zomer, dat afgelopen zaterdag in première ging. foto Kevin Hagens
APELDOORN - Wim Zomer liep er zaterdagmiddag best een beetje gespannen bij.
De eerste voorstelling, een bomvolle tent met duizend verwachtingsvolle
circusliefhebbers. ,,Er kan best iets mis gaan hoor op zo'n try out. En
misschien schuiven we nog wel wat met het programma. De eerste keer is het
allemaal nog wat aftasten.''
Zo zeker en flamboyant de acteur/circusdirecteur de piste betrad als
spreekstalmeester om al zijn met zorg uitgekozen artiesten te introduceren,
zo onzeker bewoog de Lierenaar zich achter de coulissen. Er hangt ook nogal
wat vanaf: vooral mond-tot-mond reclame moet ervoor zorgen dat zijn grote
tent in het Vision Park aan de Oude Apeldoornseweg tot en met 4 januari
telkens weer vol komt. Maar Zomer hoeft zich over de kwaliteit van zijn
vijftiende Wintercircus geen zorgen te maken. Dat staat als een olifant, om
maar meteen één van de hoogtepunten onder de loep te nemen. Veel dierenacts
heeft het Wintercircus in de aanbieding. Maar geen actievoerder te zien
zaterdagmiddag bij de première.
Rambo heet de olifant. De
grote goedzak danst de salsa. Hij slingert de Casselys, zoals zijn schaars
geklede vriendinnen heten, met zijn krachtige slurf door de lucht. En gaat
in de pauze à raison van vijf euro met zijn kleine bewonderaars op de foto.
Heel bijzonder waren ook de optredens van kamelen en duiven. De zes bultige
woestijndieren van Bernhard Kasalowsky zaten prachtig in hun bruine vacht -
een teken dat ze het kennelijk goed hebben in het circus - en getuigden van
grote dierlijke intelligentie. Dat deden eveneens de witte duiven van Andrej
Fjodorov uit Letland. Ze vlogen door koepels, wandelden soepeltjes over
evenwichtsbalken en wapperden met hun vleugels door het publiek. Natuurlijk
waren door Wim Zomer en zijn vriend-compagnon Jeroen Harleman ook menselijke
artiesten geprogrammeerd. Met als één van de hoogtepunten een Apeldoornse
jongen van twaalf jaar. André Stykan. Toen hij vijf was, vroeg zijn vader
aan Zomer of de kleine André zijn handstandkunsten in het Wintercircus mocht
vertonen. Dat deed hij toen al voortreffelijk, memoreert de circusbaas. Nu
woont hij in Parijs en glorieert enkele weken in het Apeldoornse circus.
Stykan bedrijft als het ware ballet op zijn handen. Prachtige, krachtige en
vooral stijlvolle bewegingen waarmee hij het publiek in vervoering bracht.
Ook Apeldoorns: de dansintermezzo's van Phoenix.
Misha Sozonov
deed de kijkers huiveren met zijn acrobatiek op rollende buizen. De absolute
uitsmijter kwam voor rekening van de groep Taschkenbaev uit Oezbekistan. De
vier brengen acrobatiek op een hoog gespannen draad, zo adembenemend en
spectaculair dat gerust van wereldklasse mag worden gesproken.


Sorteer reacties















U kon tot 03-02-2009 reageren op dit artikel.