Tussen hagen staan de twee gereconstrueerde rustplaatsen en de waterpartij.pentekening Museum Paleis Het Loo
Koning-stadhouder Willem III moet genoten hebben van het uitzicht als hij aan het einde van een wandeling door de paleistuin op de plek kwam waar het eindeloze landschap van de Veluwe begon. In de overdekte reposoirs, zoals de rustplaatsen aan weerszijden van het pad in het Frans werden genoemd, was het goed toeven in de zon of bij een plotselinge bui, terwijl even verderop het water in de waterbak klaterde, water dat van hoger op de Veluwe door een van klei gebakken en in 1693 aangelegde buis naar de tuinen van Het Loo stroomde.
Van het oorspronkelijke uitzicht op de woeste Veluwe is maar weinig over. De heidevelden, met aan de einder een houten uitkijktoren, hebben plaats gemaakt voor bos, al heeft het Kroondomein enkele jaren geleden een nieuwe laan aangelegd in het verlengde van het achterste pad in de paleistuin, zodat een deel van het weidse uitzicht weer kan worden ervaren.
Bij de restauratie van de paleistuin zijn de door onbekende oorzaak verdwenen rustplaatsen en de waterbak over het hoofd gezien. Bij opgravingen aan het einde van de tuin kwamen in 2003 echter wel de fundamenten te voorschijn. Een logische vondst, want een dergelijke formeel opgezette tuin moest wel een afsluiting in de vorm van een bouwwerk hebben, was al lange tijd de redenering.
Met de reconstructie van de afsluiting van de paleistuin viert het museum zijn 25e verjaardag.


















U kon tot 17-07-2009 reageren op dit artikel.