APELDOORN - Jaap Oosterbeek is deze week vijftig jaar slager. Hij begon als knecht bij slagerij Schurink in een tijd dat Apeldoorn nog negentig zelfstandige slagers kende.
Daar zijn er nu nog maar elf van over. ,,Aardappelen, groente, vlees is geen dagelijkse kost meer. Je moet goed naar de klanten luisteren, om de zaak te laten draaien.''Voor Schurink bracht de jeugdige Jaap het vlees vanaf de Koninginnelaan op de transportfiets naar de klanten in Berg en Bos en De Parken, ondertussen werkte hij aan zijn vakdiploma's. Daarna volgde een betrekking bij slager Jonker aan de Hoofdstraat. In 1962 ging hij bij zijn vader aan de slag. ,,Hij begon voor zichzelf aan het nieuwe Schubertplein. We hebben jaren samengewerkt, ook nadat ik de zaak in 1975 van hem overnam. In al die tijd hebben we één keer ruzie gehad. Over de vraag of we eerst slaatjes moesten maken, of dat we eerst de winkel klaar maakten. Dat heeft een uurtje geduurd, daarna was het weer goed.''
Van de slagers op het Schubertplein bleef Oosterbeek als enige over. Hij zag de omzet groeien. In oktober 1982 opende de 64-jarige een tweede vestiging aan De Eglantier. In 1989 stootte hij de zaak aan het Schubertplein af. ,,Zelf heb ik het daar niet moeilijk mee gehad. Ik had geen keus, was er anders medisch aan onder gegaan. Ik ben niet iemand om zaken vanaf een afstandje te regelen. Ik moet tussen mijn mensen staan, kan geen harde leider zijn. Als ik aan het Schubertplein was gebleven was ik alleen in de zaak gaan zitten en met de klanten gaan praten, dan was ik geen echte slager meer gebleven. Ik had gewoon een nieuwe uitdaging nodig. Mijn vrouw en mijn ouders hadden er meer moeite mee. Het is leuk dat er nu nog steeds mensen uit Zuid naar De Eglantier komen om vlees bij me te kopen.'' Oosterbeek zag vanaf de jaren zeventig de eetgewoonten langzaam veranderen. Een lap vlees op het bord werd minder vanzelfsprekend. ,,Ik wist dat als mensen nog maar drie dagen aardappels, groente en vlees aten ze vier dagen niet bij mij zouden komen. We waren één van de eersten die nasi en bami gingen verkopen. Van daaruit zijn we steeds verder gegaan, om zelf die alternatieven aan te bieden. We hebben nu een vaste kok die dagelijks vanaf 16.30 uur twee verschillende maaltijden bereid. Ook hebben we profijt van het feit dat steeds meer mensen buiten koken. We hebben vijftig soorten barbecuevlees. Je moet creatief blijven, vernieuwen. En als een product dan niet blijkt aan te slaan dan maak je het gewoon niet meer.'' Aan pensioen moet Oosterbeek nog niet denken. ,,Zonder dit werk is ook mijn sociale leven en omgang met mensen verdwenen. Zolang ik geniet ben ik er nog niet klaar mee.''


Sorteer reacties















U kon tot 27-07-2010 reageren op dit artikel.