Archeologen van het bureau BAAC aan het werk aan de Pluckroosweg in Oene. Projectleider Roy van Mousch met laptop. Margriet Tump, Micheal Blom en Tijmen Kok (met pet) op de achtergond. foto Kevin Hagens
Een graafmachine schuift lagen grond weg, op de plek waar binnenkort een nieuwbouwwijkje bij Oene zal worden gebouwd.
Grote hopen zand en grond liggen links en rechts. Op het vlakgeschoven deel steken witte bordjes uit de grond.
Hier zijn de archeologen van het bureau BAAC uit Den Bosch aan het werk. BAAC staat voor adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie, Cultuurhistorie.
Zes archeologen graven, scheppen en speuren de Oener grond af naar restanten van boerderijen. Tijdens het graven van zeven proefsleuven in 2008 is gebleken dat hier sporen van Middeleeuwse boerderijen in de grond zitten. De gemeente Epe heeft daarop BAAC de opdracht verstrekt archeologisch onderzoek te doen. BAAC verricht regelmatig archeologische opgravingen in Gelderland, Brabant en Limburg.
De helft van het graafwerk zit er op. Naar schatting blijven de archeologen nog tot en met 26 juli doorspeuren. Het is een beetje afhankelijk van de vondsten. Als er veel gevonden wordt, zit daar extra werk aan vast.
Archeoloog Roy van Mousch is projectleider. Hij geeft tekst en uitleg over de tot nu toe behaalde resultaten. "Hier zien we donkere plekken in de grond, die verder zandkleurig is," wijst hij op een rij donkere vlekken. "Hier hebben palen gestaan. Je kan aan het patroon zien dat de palen bij een gebouw horen. Een gebouw met een agrarische functie. Of het een woonhuis of een opslagschuur is kunnen we nu nog niet zeggen."
Een meter of vier verder is opnieuw een rechthoekig patroon te zien van paalgaten. Daar moet dus ook een gebouw hebben gestaan, zoveel is duidelijk. Tussen de gebouwen is een rechte streep te zien van palen. "Waarschijnlijk was dit de omheining van een binnenplaats tussen de twee gebouwen," vermoedt de archeoloog.
De archeologen graven op een diepte van ongeveer zestig centimeter. Hier begint de zandlaag in de grond. De laag die erboven zit is door de eeuwen heen met ploegen en andere machines steeds bewerkt geweest en is daardoor weinig interessant voor bodemvondsten. Naast de twee eerdergenoemde gebouwen hebben de archeologen inmiddels de sporen van nog twee andere gebouwen gevonden. Ook troffen ze sporen van een hooimijt en van twee waterputten en verder wat kuilen die duiden op afvalputten.
Tot nu toe zijn er niet heel veel bodemschatten naar boven gekomen. De buit bestaat uit scherven en bakstenen. "Deze regio staat bekend dat er weinig in de bodem zit," zegt Van Mousch. Hij leegt een emmer waarin een stuk of vijftig zakjes zitten met scherven. "Een scherf uit de twaalfde eeuw," denkt hij. "Lokaal gemaakt met de hand. Hier is een scherf die wielgedraaid is. Deze komt uit Duitsland, waarschijnlijk uit de plaats Pingsdorf. We hebben ook scherven gevonden die uit Limburg afkomstig zijn. En tefrietsteen uit de Eiffel, dat gebruikt werd voor maalstenen."
De sporen van boerderijen zijn waarschijnlijk van de twaalfde eeuw, denken de archeologen van BAAC. Deze boerderijen zijn waarschijnlijk ouder dan de gebouwen die bij de kerk in het centrum van Oene hebben gestaan.
Aardewerk- en gronddeskundigen op het kantoor van BAAC in Den Bosch gaan de vondsten nader bestuderen. Met de C14-methode kan de juiste leeftijd van de gevonden voorwerpen worden vastgesteld.
















U kon tot 14-08-2010 reageren op dit artikel.