APELDOORN - Mensen die bij een ongeluk onder water belanden en zichzelf daar niet meer uit kunnen helpen, hebben voortaan een ernstig probleem.
De Apeldoornse brandweer is er namelijk niet meer op toegerust om in zo'n
geval iemand te redden.
Kostenoverweging
Tot dit jaar kende de brandweer een speciale ploeg duikers die onder meer
getraind was in het reddend duiken. Uit kostenoverweging is besloten daarmee
te stoppen: in de praktijk werd - in heel Nederland - zelden van iemand op
die manier het leven gered.
De brandweer zoekt naar nieuwe manieren van werken en naar besparingen.
Daarbij wordt meer dan voorheen een risico-inschatting gemaakt, zo gaf
commandant Michiel Verlinden vorig jaar al aan in deze krant. Het stoppen
met het reddend duiken is daar nu een gevolg van.
De burgemeesters van de veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland hebben
besloten dat de kleine kans dat die werkwijze zich bewijst in de praktijk,
niet opweegt tegen de kosten die ervoor gemaakt worden. Om reddend duiken te
beheersen is namelijk veel training nodig, zegt Verlinden. De eisen daaraan
gaan zelfs nog omhoog, met het oog op de veiligheid van de duikers. Er
zitten namelijk grote risico's aan de techniek.
Aan lot overgelaten
Vanaf nu gaan brandweermedewerkers zich bekwamen in zogenoemde grijp- en
oppervlakteredding. Daarbij gaat een hulpverlener het water in, daarbij
gezekerd via een lijn naar de oever. Als een slachtoffer ver weg ligt, kan
er gebruik worden gemaakt van een 'board' (een 'plank' om mee te drijven).
Zoals de naam van de techniek al aangeeft, gaat de brandweermedewerker
daarbij niet onder water. Het gevolg daarvan is, erkent Verlinden, dat wie
bijvoorbeeld met zijn auto in het kanaal rijdt en daar zelf niet uitkomt, in
feite aan z'n lot is overgeleverd.



Sorteer reacties














