APELDOORN - Archeologen hebben in Apeldoorn-West een nederzetting ontdekt die vermoedelijk uit de Romeinse tijd stamt.
Niet eerder werden er in Apeldoorn nederzettingen uit die tijd gevonden. Archeologen spreken dan ook van een prachtige vondst, ook al omdat er tegelijkertijd sporen van de ijzerindustrie zijn ontdekt.De sporen van de nederzetting werden gedaan tijdens proefopgravingen aan de Herderweg. De vondsten bestaan uit de restanten van een huis, enkele kuilen voor afval of voorraad en, even verderop, een graf. De ontdekkingen zijn zo opmerkelijk dat over anderhalve maand een verdere opgraving volgt. Op de plek van de opgravingingen zijn woningen afgebroken. Rond de bouwvak begint de bouw van nieuwe woningen. Die zal niet worden vertraagd door de vondsten. Woningstichting De Goede Woning heeft een deel van de toekomstige bewoners al op de hoogte gesteld.
Gemeentelijk archeologe Masja Parlevliet is enthousiast over de vondsten, die zijn gedaan door het archeologisch onderzoeksbureau RAAP uit Zutphen. Volgens Parlevliet zijn er in Apeldoorn wel nederzettingen uit de ijzertijd (-800 tot 0) en de vroege middeleeuwen (500 tot 1000) gevonden, maar nog niet uit de tijd van de Romeinen (0-500). ,,De Romeinen hebben nooit in Apeldoorn gezeten; ze zijn boven de Rijn geweest. Maar er waren wel uitwisselingen met de bewoners in dit gebied.''
Belangrijkste aanwijzing voor de inheems-Romeinse nederzetting is een potscherf, die bij een van de vroegere palen van de opgegraven woning is gevonden. Aan de gebogen vorm kan Parlevliet zien dat het om Romeins aardewerk gaat. ,,De mensen hier maakten potten met hun handen, de Romeinen met een draaischijf. Dat verschil kun je duidelijk zien''.
De ontdekking krijgt volgens Parlevliet een extra dimensie door de vondst van ijzerslakken, restmateriaal van de grootschalige winning van ijzererts op de Veluwe. Weliswaar zijn er al veel vindplaatsen van ijzerwinning en de verwerking van ijzer, maar die dateren altijd uit de late bronstijd of de ijzertijd of uit de vroege middeleeuwen. Het is voor het eerst dat er uit de tussenliggende Romeinse periode aanwijzingen opduiken.
Het graf moet volgens Parlevliet het restant zijn van een grafheuvel, waarvan de bovenkant in de loop der eeuwen is verdwenen. In het graf zijn de gecremeerde en verschrompelde botten gevonden van een vroegere bewoner. Verdere graven zijn nog niet gevonden. Een specialist gaat de komende weken de ouderdom van de menselijke resten vaststellen.
Nieuwe opgravingen moeten uitwijzen of er nog meer onder de grond zit. Zo vermoeden de archeologen de aanwezigheid van een ijzeroven. Aan het type oven is te zien of deze in de Romeinse tijd, of eerder of later is gebruikt. Bij het verdere onderzoek wordt alleen gegraven op plekken waar straks de nieuwe huizen worden gebouwd. Op de plek van de tuinen blijft de diepe ondergrond onaangeroerd tot eventueel later onderzoek. Parlevliet zegt geluk te hebben gehad bij de opgravingen. Zo was het terrein voor de fundering van de oude woningen niet helemaal tot op het gele zand uitgegraven. Het overgebleven deel bleek onaangetast.








Sorteer reacties















U kon tot 01-04-2011 reageren op dit artikel.