APELDOORN/ DEVENTER - De vlag ging uit in 2006. Na hevige protesten sloten de chloorfabrieken in Delfzijl en Hengelo de deuren en verdween de chloortrein van het spoor. Hoewel Nederland het enige land in de wereld is dat zover ging met grootschalige chloortransporten, is het nooit definitief uitgebannen.
In een convenant dat de rijksoverheid sloot met Akzo Nobel is bepaald dat het
incidenteel mogelijk blijft transporten uit te voeren, bijvoorbeeld in geval
van onderhoud aan fabrieken. Wel is daarbij een maximum gesteld van 10.000
ton chloor per jaar.
Die situatie dient zich eens in de twee jaar aan en ook nu weer. Vanwege groot
onderhoud wordt de chloorfabriek van Akzo Nobel in Rotterdam vier weken
volledig stilgelegd. Om de klanten te blijven voorzien, laat Akzo Nobel
chloor uit Duitsland aanvoeren.
De chloortrein gaat vanaf deze week tot half april rijden tussen de
chloorfabriek van Akzo Nobel in Ibbenbüren, net over de grens in Duitsland,
en het Rotterdamse havengebied. De trein volgt de oude route en passeert
onderweg plaatsen als Oldenzaal, Hengelo, Almelo, Deventer, Apeldoorn en
Amersfoort. In totaal wordt 4300 ton chloor vervoerd. Dat zijn ruim 75
wagons. Het transport wordt uitgevoerd door DB Schenker.
Volgens woordvoerder Jelle Rebbers is de route voor de chloortrein dezelfde
als in het verleden werd gebruikt, maar is er wel zorgvuldig gekeken naar
drie alternatieven die op de 'veilige' Betuweroute aansluiten. Die bleken
stuk voor stuk niet te voldoen.
Een route van Ibbenbüren door Duitsland naar de aansluiting op de Betuweroute
viel af omdat er dan veel extra kilometers moeten worden afgelegd en de
trein dan langer onderweg is.
De route van Oldenzaal naar Zutphen (dwars door Lochem) - de Twentekanaallijn
in jargon - viel af vanwege geluidsnormen en beveiligingssystemen en ook een
route via Deventer naar Zutphen richting Betuwelijn viel af vanwege de
situatie in Deventer, waar de locomotief zou moeten omkeren op het
emplacement.
"De oude route voldoet nog het beste. We kunnen daar in een vloeiende
lijn doorrijden en hoeven niet van rijrichting te veranderen",
verduidelijk Rebber. Volgens hem wil dat niet zeggen dat de route in de
toekomst niet anders kan zijn. "Als er op een of andere manier een
spoorboog bij Deventer komt en de trein dus niet meer hoeft te keren, is
wellicht de route via Zutphen en Brummen naar Arnhem weer een optie."
Chloor(gas) is giftig. Een hoge korte concentratie kan reeds bij kortstondige
inademing dodelijk zijn. Niet voor niets is het in de Eerste Wereldoorlog
gebruikt als gifgas. Het tast de slijmvliezen van ogen en ademhalingsorganen
aan en veroorzaakt daar lichte tot sterke prikkelingen, afhankelijk van de
ingeademde gasconcentraties.
Bij blootstelling aan hoge concentraties ontstaat krampachtige hoest,
benauwdheid, gepaard gaande met een gevoel van verstikking, ademnood en
tenslotte longontsteking en longbloeding (longoedeem) die de dood ten
gevolge kan hebben.
Daarom staan fabrieken die chloor produceren en fabrieken die chloor gebruiken
meestal ook dicht bij elkaar en gaat in Europa ruim tachtig procent van het
transport door pijpleidingen. Voor het overige transport gelden strenge
regels. Er mag alleen worden gereden in bloktreinen. Dat betekent dat het
transport alleen mag bestaan uit chloorwagons en die moeten in een keer naar
hun bestemming rijden. Het is uitsluitend toegestaan het transport 's nachts
uit te voeren. De gemiddelde snelheid is maximaal 65 kilometer per uur.
Bovendien stonden er in de tijd van de grootschalige chloortransporten op
vijf plaatsen in Nederland (Delfzijl, Hengelo, Rotterdam, Linne Herten en
Terneuzen) dag en nacht goed getrainde hulpploegen klaar. Die beschikten
over een speciale auto met materiaal dat nodig is bij het bestrijden van
chloorlekkages. Deze chloorhulpteams waren via een centraal alarmnummer
oproepbaar om hulp te verlenen zodra er met een chloortrein in Nederland
iets gebeurde. Deze Hulpdienst Chloor, opgericht op initiatief van de
Nederlandse chloorproducenten, is met de beëindiging van de
chloortransporten in 2006 niet meer operationeel. Maar volgens Huub
Verbeeten van Akzo Nobel is dat geen reden tot zorg. "Er zijn nu
regionale centra in Ibbenbüren en Rotterdam."



Sorteer reacties














