Eric Norde van onderzoeksbureau Raap geeft uitleg. Vlnr Peter Deugd, Krista Walter, Elleke Evers (allen De Goede Woning). Rechts archeologe Janneke Zuyderwijk van de gemeente Apeldoorn. foto Cees Baars
APELDOORN - Tientallen scherven liggen er uitgestald op de tafels bij de Zutphense vestiging van archeologisch onderzoeksbureau Raap. Twee tafels vol uit Apeldoorn, twee tafels vol uit het Achterhoekse Drempt. Langs de wand en op de tafels nog stapels kratten met andere vondsten. Opvallende overeenkomst tussen Apeldoorn en Drempt: beide vondsten wijzen op bewoning in de eerste eeuwen na Christus.
Drie weken graven aan de Herderweg en Ooiweg en vier weken wassen, sorteren en lijmen hebben projectleider Eric Norde van onderzoeksbureau Raap enthousiast gemaakt. Want de vondsten wijzen allemaal naar bewoning door de Germanen, in de eerste en tweede eeuw na Christus. En uit die tijd zijn er nog maar weinig vondsten gedaan in Oost-Nederland. ,,De meeste Germaanse nederzettingen die we vinden zijn van later datum. Ze kwamen tot bloei in de derde en vierde eeuw, toen het Romeinse Rijk in verval was''.
Vroege vogels waren het dus, de Germanen die op de plek van de Herderweg en Ooiweg in een nederzetting woonden van vermoedelijk zes of zeven boerderijen. Met gemiddeld acht bewoners per boerderij hebben er ongeveer vijftig mensen bij elkaar geleefd. Nader onderzoek moet uitwijzen hoe oud de boerderijsporen precies zijn, want ze kunnen elkaar in tijd zijn opgevolgd. Voldeed de boerderij niet, of was hij door brand of storm verwoest, dan werd er net als nu op dezelfde plek een nieuwe gebouwd. Eerste aanwijzingen zijn er wel, want zelfs de Germanen gingen al met de mode mee, zo blijkt uit vondsten van potscherven. ,,Om de 30 tot 40 jaar waren er weer andere versieringen in de mode'', vertelt Norde.
Voor Norde was het uitzoeken en voor zover mogelijk aaneenplakken van de 1400 scherven een van de hoogtepunten van het onderzoek. ,,Als je ze opgraaft zijn ze vies, maar als je ze schoonmaakt en bij elkaar legt, zie je wat het gaat worden'', zegt hij terwijl hij een deel van een met de vingers gekartelde pot laat zien, die veel lijkt op een pot die in een grote opgraving in Bennekom is gevonden; Germaans aardewerk uit het gebied Rijn en Weeze, net over de Duitse grens.
Nader onderzoek wordt ook gedaan naar de botresten uit twee graven, die zijn overgebracht naar de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar een specialist ze gaat bestuderen. Naar alle waarschijnlijkheid zal geslacht en leeftijd van de gecremeerde personen kunnen worden vastgesteld.
Een andere specialist zal zich ontfermen over de 1500 ijzerslakken uit de opgraving. Samen met de restanten van drie ijzerovens moet dat het verhaal opleveren van de ijzerproductie in de vroege Apeldoornse nederzetting. Een bijzonder verhaal, want weliswaar is de ijzerproductie op de Veluwe inmiddels een veelverteld verhaal, in Apeldoorn zijn er nog niet eerder sporen van ijzerbewerking gevonden uit een dergelijk vroege periode, zegt gemeentelijk archeologe Janneke Zuyderwijk. ,,We kennen het wel uit de vroege middeleeuwen, de achtste en negende eeuw, maar nog niet uit de tijd van de Romeinen''. In de geborgen ovenwanden zijn zelfs nog afdrukken van takken te zien die in de ovens werden gestookt. Ook hier nader onderzoek: was het Apeldoorns hout of hout van elders. Ook zaden worden bestudeerd: aten ze roggebrood, of gerstepap.


















U kon tot 09-07-2011 reageren op dit artikel.