APELDOORN - Henk H. (57) uit Bennekom, die tot twintig jaar cel is
veroordeeld wegens moord op de Apeldoorner Pim Overzier zit volstrekt
onschuldig vast. Hij heeft part noch deel aan de moord. Sterker nog:
Overzier is niet vermoord, maar stierf een natuurlijke dood op homo-
ontmoetingsplaats Bruggelen bij Apeldoorn.
Zie ook:
Dat alles beweert thrillerschrijver Jacob Vis uit Kampen in zijn nieuwe boek ‘Het rijk van de bok’ dat gisteren is verschenen. Na twaalf thrillers vol fictie heeft hij zich nu op de true crime gestort: een reconstructie van de verdwijning van Overzier in december 2001 en de veroordeling van Henk H. die erop volgde. Vis schrijft dat verontruste bezoekers en een privé-detective (die Pim al een tijdje volgde) ervoor zorgden, dat zijn stoffelijk overschot werd begraven in het Reve-Abbertbos bij Dronten.
Het vonnis dat de rechtbank in Zutphen daarna over Henk H. uitsprak berustte op veronderstellingen en is ‘een schande voor de rechtsstaat’, vindt Vis, die de strafzaak een voorbeeld van tunnelvisie noemt. „Deze man had nooit veroordeeld mogen worden.”
Het openbaar ministerie in Zutphen had gisteren nog geen kennis genomen van het boek met de forse beschuldigingen die Vis uit. „We willen het eerst lezen voor we een reactie kunnen geven”, zei woordvoerder Hogenkamp gistermiddag.
De Kamper thrillerschijver liep de afgelopen anderhalf jaar zowel motief, vindplaats, sectie als rechtsgang na en nam vooral de verhalen van erg H. serieus, die door de psychologen vooral werd gezien als een ‘enigermate gestoorde fantast met listige verzinsels’. Vis meent in z’n boek dat willens en wetens is toegewerkt naar de conclusie dat Overzier is vermoord, hoewel sectie eerder aannemelijk maakt dat de Apeldoorner een natuurlijke dood is gestorven. De bewering dat Pim Overzier levend door H. is begraven noemt hij ‘demagogie die in de rechtszaal niet thuishoort.’ Uit lijkschouwing bleek duidelijk dat er geen zand in de luchtwegen of longen zat. Volgens Jacob Vis heeft de recherche in het onderzoek onterecht vier anonieme brieven terzijde gelegd - waaronder twee uit het homocircuit - die „een helder beeld van de toedracht geven.” Die afzenders hadden omwille van een goede waarheidsvinding opgespoord moeten worden - vindt hij.
Vis huurde voor zijn eigen zoektocht de privé-detectives Jan Paalman en Charl de Roy van Zuydewijn in, die ook Maurice de Hond terzijde stonden in de speurtocht naar de handel en wandel van de klusjesman, in wat De Hond ook al een gerechtelijke dwaling noemt: de Deventer moordzaak. De twee detectives ontdekten onder meer, zegt Vis, dat een getuige bij het Dronter bos Henk H. nooit heeft herkend, zoals later wel met stelligheid in de rechtszaal is beweerd.
Vis vindt dat er een herzieningsverzoek bij de commissie Buruma moet worden ingediend (die dit soort zaken onderzoekt) en heeft de bekende strafrechtprofessor Peter van Koppen gevraagd dat verzoek bij de commissie in te dienen. Vis: „Dat kan alleen door een wetenschapper of een spijtoptant bij justitie worden gedaan. Van Koppen heeft me inmiddels beloofd dat voor mij voor te dragen.”
Van Koppen zelf was niet voor een reactie bereikbaar, net zo min als H.’s advocaat Stein Franke.


Sorteer reacties














