In Zuid woonden prehistorische keuterboertjes

Auteur: door GERRIT-JAN KLEINJAN |   donderdag 06 april 2006 | 08:36 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 06 april 2006 | 09:19

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

6 APRIL 2006 - APELDOORN - Eindelijk weten we waar de makers van de prehistorische grafheuvels die rondom Apeldoorn liggen gewoond hebben: aan de Oude Beekbergerweg op het voormalige Nuon-terrein.



Op deze plek hebben archeologen namelijk drieduizend jaar oude resten van bewoning gevonden.

Een unieke vondst, meldde deze krant gisteren. Want dit is de eerste keer dat er in Apeldoorn resten van huizen uit deze periode, de late bronstijd, zijn aangetroffen. De vondst is vooral spectaculair voor de geschiedenis van de ontwikkeling van Apeldoorn.

‘Een hiaat is gevuld,’ zegt gemeente-archeoloog Maarten Wispelwey. ‘Dit is de eerste keer dat we resten van huizen gevonden hebben van dezelfde mensen die ook de grafheuvels maakten.’ Archeologen hebben aan kleine aanwijzingen al heel wat, want de feitelijke vondsten zijn niet heel talrijk: 54 potscherven en donkere verkleuringen in de bodem die de plek markeren waar de funderingspalen zaten.

Sudoku

In de loop van de tijd is het organische materiaal volledig verteerd. Wat rest zijn sporen. ‘Een soort sudoku eigenlijk,’ grapt Wispelwey. ‘We moeten puzzelen welke paalsporen bij elkaar horen. We gaan op zoek naar patronen.’ Op basis daarvan reconstrueren archeologen de plattegrond van de huizen. Op de plek stonden waarschijnlijk meerde boerderijen. Houten bouwwerken met een lengte van ongeveer twintig meter met daarin een woongedeelte en een stal. ‘Misschien stonden er wel twee of drie huizen. Het waren kleine gemeenschappen, wat normaal was voor die tijd.’

Wispelwey vertelt dat aan het grillige patroon van de voormalige palen nu al te zien is dat de boerderijen diverse keren verbouwd zijn. Een soort keuterboertjes dus, met een stuk of twaalf koeien en een akkertje. ‘Water, droge voeten, vruchtbare grond,’ dat was voor deze bewoners de reden om op deze plek een huis te timmeren.

Van de scherven die zijn gevonden kunnen twee vrij grote potten gemaakt worden. Die komen na onderzoek in het depot van CODA. Als het belangwekkend genoeg is, dan komt het in de vaste opstelling van het museum. ‘De ontdekking is vooral van lokaal belang,’ benadrukt Wispelwey. Onder archeologen is het al langer bekend hoe men destijds woonde.


U kon tot 06-05-2006 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....