De gemeente wil weten hoeveel water het rioolstelsel verstouwt en aan kan. Daarover bestaan wel theoretische modellen, maar die kloppen niet altijd. Soms, zoals metingen en onderzoek in Loenen uitwezen, blijkt een riool in werkelijkheid veel minder afvalwater te verstouwen dan volgens theoretische modellen het geval zou zijn. In Loenen zelfs een kwart minder.
Daardoor zijn soms minder ingrijpende maatregelen nodig en dat scheelt investeringen.
In Klarenbeek trekt Apeldoorn samen op met de gemeente Voorst omdat de gemeentegrens dwars door het dorp loopt. Bovendien is het Voorster rioolstelsel in Klarenbeek gekoppeld aan dat van Apeldoorn en is er een gemeenschappelijk belang om het riool te optimaliseren.
Op zestien plekken in het rioolstelsel wordt de komende weken apparatuur geplaatst om te meten wat er doorheen gaat. Verder staan in het dorp drie regenmeters opgesteld. Marjolijn Bijsterveld, specialist waterhuishouding in Voorst, sluit niet uit dat de theoretische modellen in Klarenbeek van de werkelijkheid afwijken. ‘Mogelijk staat niet alles op tekening omdat er rioolbuizen bij zijn gelegd die niet zijn ingetekend. Of de buizen zijn dikker of dunner dan gedacht.’
Uit de jongste berekening met behulp van luchtfoto’s bleek al dat in Klarenbeek het bestraatte en bebouwde oppervlak groter is dan gedacht. De uitkomsten van de metingen in Klarenbeek gebruikt Voorst om te bepalen of het zinvol is hetzelfde te doen in de andere dorpen. Bijsterveld: ‘Zo’n onderzoek is duur en het moet wel zinvol zijn. Dat is het bijvoorbeeld als je kunt besparen op het bouwen van extra buffercapaciteit.’
De vraag of Voorst meer buffers inbouwt of op meer plekken regenwater afkoppelt noemt Bijsterveld een principiële keuze. De rijksoverheid legt gemeenten op om de overstort met gemiddeld vijftig procent te reduceren. Hoe dat gebeurt, is een zaak van de gemeenten zelf.
De gemeente Apeldoorn - inclusief de stad - is nog tot en met 2030 bezig om alle maatregelen door te voeren.
















U kon tot 09-09-2006 reageren op dit artikel.