7 SEPTEMBER 2006 - HOENDERLOO - Het bevreemdt de onderzoekers niet dat zij Dabbelo gevonden hebben op de Braamberg. Immers, waarom groeien er bramen op die plek in het heidegebied?
Dat komt, zegt ecoloog Blankena, omdat er fosfaat in de grond zit. ‘Dat duidt op uitwerpselen van mensen en dieren.’
Waar bramen zijn, zijn mensen bezig geweest, vult zijn zoon de boswachter aan. Fosfaat blijft eeuwen in de bodem. ‘Zelfs als een lijk al is vergaan, kun je aan fosfaat zien hoe het gelegen heeft’, licht Wispelwey toe.
Het onderzoek heeft alles te maken met plannen van Staatsbosbeheer om de nabije zandverstuiving meer ruimte te bieden. Volgens het Verdrag van Malta moet eerst archeologisch onderzoek worden gedaan als archeologische waarden in het geding zijn.
Het booronderzoek toont aan dat uitbreiding van de zandverstuiving geen invloed heeft op de toestand van de historische vindplaats en kan doorgaan.
Het onderzoeksteam had eerder vergeefs op een andere plek gezocht vanwege een vermeende aanduiding op een historische kaart. Het team gaat nu niet verder wroeten in de grond van de Braamberg. Dat het onderzoek snel tot resultaat heeft geleid, verbaast gemeentearcheoloog Wispelwey niet. De naamgeving van het Dabbelosepad gaf een aanduiding en eerder al was in een schriftelijke bron uit 855 sprake van een bewoond ‘iets’ Dabbelo. Eerder onderzoek in de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte al duidelijk dat er sinds de zesde eeuw sprake van bewoning was op de Braamberg. Door systematisch grondboringen in het gebied te verrichten en de veelheid vondsten op één plek is nu aangetoond dat slechts op een enkele plek op de Braamberg bewoning is geweest en dat moet Dabbelo zijn. Erg geletterd waren de vroegere Veluwenaren niet. ‘Romeinen lieten nog wel eens een naambordje bij een vesting achter’, lacht geoloog Willemse. ‘Wij moeten bewijzen afleiden.’
Dan blijft er nog de kwestie van het water. Zonder water geen nederzetting. Het booronderzoek heeft aangegeven dat er veel plekken op de Braamberg zijn waar de grond regenwater in een vennetje kan vasthouden. ‘De tiende eeuw staat bekend als heel droog’, merkt Wispelwey op. ‘Mogelijk is het tot toen bewoond en zijn bewoners weggetrokken toen er geen water meer was. Stuifzand is in ieder geval niet de oorzaak geweest, dat leiden we uit de grondlagen af.’



















U kon tot 07-10-2006 reageren op dit artikel.