ZUTPHEN/DEVENTER - Actiegroep Rona, die strijdt tegen de sterke groei van goederenvervoer over IJssellijn, Twentelijn en Twentekanaallijn, maakt zich zorgen over de risico's van de plasbrand langs het spoor.
Gemeenten langs het spoor, zoals Deventer, Zutphen en Lochem, moeten van de minister rekening houden met de effecten van een ongeluk met brandbare vloeistoffen, zoals benzine en diesel. Bij een ongeluk van een goederentrein kan zo'n stof uit een tankwagon vrijkomen en in brand vliegen (plasbrand). Volgens de minister kan dat in een zone tot zo'n dertig meter langs de baan tot slachtoffers leiden.
Bij bouwplannen binnen een zogenaamd Plasbrand Aandachtsgebied moet de gemeente daarom beargumenteren waarom op deze locatie wordt gebouwd. Hoe de gemeente in deze gebieden aanvullende bouwkundige maatregelen kan voorschrijven, is nog onderwerp van onderzoek.
Er staan volgens de minister ongeveer 4.335 bestaande woningen in een Plasbrand Aandachtsgebied (PAG). "Daarmee zegt de minister dat voor ongeveer 10.404 bestaande woningen geen gevaar dreigt en geen maatregelen noodzakelijk zijn terwijl bij nieuwbouw dit gebied wel als gevarenzone wordt gekenmerkt." Rona wil hierover van de minister een verklaring.
De samenwerkende organisaties in het Regionaal Overleg Noordelijke Aftakking (RONA) behartigen de belangen van 67.000 mensen langs de IJssellijn, Twentelijn en Twentekanaallijn. Het goederenvervoer over deze lijnen, die dwars door bewoond gebied gaan, gaat de komende jaren sterk groeien. Ook de Oost-Nederlandse bestuurders verwachten dat uitbreiding van het goederenvervoer de veiligheid en bereikbaarheid ernstig aantast en bovendien plannen voor regionaal openbaar vervoer dwarsboomt.



Sorteer reacties














