Het slachtoffer was eigenaar van een horecazaak, waarin de verdachte had geïnvesteerd. Op 26 mei sloot de eigenaar de zaak echter waarop De W. begon te dreigen. ,,Ik durfde toen de stad niet meer in. Hij zei dat hij met zijn auto dwars door mijn huis zou rijden."
De W. gaf de bedreiging toe. ,,Ik heb hem vijfduizend euro geleend en in de zaak geïnvesteerd." Toen bekend werd dat de zaak zou sluiten, was hij ervan overtuigd dat hij zijn geld niet meer terug zou krijgen. Omdat hij al een jaar op het geld wachtte, raakte de Deventenaar in paniek. ,,Ik was bang dat hij met de noorderzon zou vertrekken en was heel boos."
Inmiddels gaan de mannen weer normaal met elkaar om. Bovendien is een groot deel van het bedrag al terugbetaald. Een voltooide afpersing, zo noemde de officier van justitie dit feit. Zij gelooft dat het slachtoffer inmiddels zijn schuld aflost, omdat hij is bedreigd en vroeg daarom om vier maanden cel. De Deventenaar hing nog twee maanden cel boven het hoofd van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf en de officier vroeg deze alsnog ten uitvoer te leggen. Volgens de raadsman hebben de verdachte en het slachtoffer tijdens een 'koffieafspraak' een betalingsregeling gesloten en is er dus geen sprake van afpersing. De politierechter wil het slachtoffer vragen of zijn aflossing te maken heeft met de bedreigingen en besloot daarom de zaak te schorsen.


















U kon tot 01-03-2012 reageren op dit artikel.