De uitvoering door het in moderne muziek gespecialiseerde Arditti Kwartet moest een kwaliteitsgraadmeter zijn. Een intrigerende componist, zo bleek.
Spelen in zijn eerste kwartet harmonie en contrapunt nog een zekere rol, in het - in de Deventer Schouwburg uitgevoerde - derde kwartet is hij extreem gefocust op verinnerlijking van de klank, zodat die als het ware implodeert.
De eigenaardige, enigszins Oosters aandoende sfeer met micro-intervallen, subtiele variatie in ritme, intensiteit, timbre, tempo en sterkte, realiseerde het Leipziger Streichquartett razend knap en minstens gelijkwaardig aan de Arditti's.
Uiterst geconcentreerd, dubbel- en meergrepen en passant meenemend, cirkelden ze geregeld om één toon heen. Het was fascinerend!
Even fascinerend en gemakkelijk haalden de muzikanten het beste uit zichzelf boven in het strijkkwartet opus 51, nummer 2 van Brahms en opus 59, nummer 3 van Beethoven.
Subliem van toonvorming, in superbalans, transparant, tot in de puntjes verzorgd en toch vol emotionele lading, zonder expressieve overdrijving.
Charmant en mild, etherisch, als een intieme confidentie in het andante, vol spirit in de 'zigeunerfinale' (Brahms).
Net zo sensibel, harmonieus en levenslustig in Beethovens kwartet. En na de nostalgische recreatie van het rococo-menuet TGV-achtig, zonder van streek te raken in de uitbundige finale.
Met een toefje Bach als toegift ging 'die Sonne nieder'.
Onmiddellijk weer contracteren deze superartiesten!


















U kon tot 16-03-2008 reageren op dit artikel.