Registratie van zendingen amateur-tabak door de DTC. De DTC had in Diepenveen en Deventer verschillende panden voor de tabaksverwerking. foto's uitgeverij de Kroon/Olst
Hij speurde in archieven van stad, rijksdiensten en musea, spitte jaargangen
uit van tabaksvakbladen en sprak medekenners van de vaderlandse
tabakswereld. Op zoek naar hét verhaal over de Diepenveensche Tabak Centrale
(DTC), die in de Tweede Wereldoorlog werd opgericht en bloeide. Het leverde
een prettig leesbaar en informatief boek op: 'Diepenveensche Tabak Centrale,
een plantage onder de rook van Deventer 1942-1959'.
Fascinerend,
zegt Jansen, hoe in die oorlogsjaren de Diepenveners Derk Keurhorst en
Gerrit Weverling inspeelden op het tekort aan tabak dat ontstond in
Nederland. De import uit de tropen was weggevallen en de Duitsers
confisqueerden de voorraden. ,,Die twee hadden een vooruitziende blik én
kennis van zaken'', vertelt Jansen.
Keurhorst, een uitstekende
tuinder, experimenteerde voor de oorlog al met succes met het kweken en
veredelen van tabaksplanten op Nederlandse bodem. In de jaren dertig streek
Weverling in het dorp neer. ,,Een ex-planter die in Indië had gezeten. Hij
had de kennis over hoe tabak te fermenteren. Ze vulden elkaar perfect aan en
sprongen in een gat in de markt.''
Door de schaarste ging de
Nederlander thuiskweken, maar het verwerken van de tabaksbladeren was
lastig. De centrale in Diepenveen bood uitkomst, voor het hele land. Per
post werden de pakketjes naar Diepenveen gestuurd, waarna de DTC de bladeren
bewerkte en de Nederlander ook in de oorlog over de rookwaar beschikte waar
zo naar werd gesnakt. Naast verwerking van de amateurteelt kweekte de DTC
ook zelf op landerijen in Diepenveen. De DTC groeide uit tot één van de
grote verwerkers en telers van Nederlandse tabak. Dat de tabaksverwerking in
die oorlogsjaren in Diepenveen zo'n vlucht nam was niet verwonderlijk. Om de
hoek, in Deventer, zaten erkende tabakskervers (zeg: snijden van de
tabaksbladeren), nadat in Diepenveen de bladeren waren gefermenteerd
(broeien).
De DTC werkte in die oorlogsjaren samen met Harm's ten
Harmsen aan de Noordenbergstraat.
Aan het eind van de oorlog, na
een bombardement waarbij het pand van Harm's ten Harmsen getroffen werd,
zocht de DTC samenwerking met Ten Have, de koffie- en theebranderij aan de
Brink 32.
DTC kon na de oorlog zoals verwacht de concurrentie met
de kwalitatief betere tabak uit den vreemde niet aan en verdween.
Uit het boek blijkt de prominente rol van Deventer in de vaderlandse
geschiedenis van de tabakswereld. Begin 20e eeuw werkte tien procent van de
beroepsbevolking van de stad in de sigarenindustrie. In 1930 telde de stad
35 tabakverwerkende ondernemers met vergunning (kerverijen, sigarenfabrieken
en thuisverwerkende sigarenmakers). ,,De tijden zijn veranderd. Rookvrije
horeca nu, wie had dat ooit kunnen denken?''
Ter illustratie: in
1939 telde Nederland 3,5 miljoen rokers, die dat jaar 30 miljoen kilo tabak
wegwerkten. Het boek belicht dan ook niet alleen de DTC en Deventer aspecten
maar beschrijft ook de historie van de tabak. Het boek schetst een
tijdsbeeld met fraaie illustraties, oude advertenties, plaatjes en nu
ondenkbare ontwikkelingen. Zoals deze heel vrouwonvriendelijke maatregel: in
de oorlog, toen tabak op de bon was, ging het rantsoen voor vrouwen op een
gegeven moment naar nul gram.. ..
Na drie jaren speuren heeft
Jansen er even tabak van. Stoom afblazen doet hij binnenkort op vakantie, in
Noorwegen. ,,Dan kom ik er los van. Ik heb me er zó in vastgebeten. Ik ben
blij de historie boven water is gekomen en met het boek. Ik denk dat dit
boek landelijke aandacht kan trekken, want nergens ben ik zo'n uitvoerig
document over de Hollandse tabakshistorie tegengekomen.''


















U kon tot 21-04-2008 reageren op dit artikel.