De flamecobruiloft van Cavaluna op de Brink, een van de meest in het oog springende acts.
Oplas Teatro verzorgt, met op de achtergrond als decor de Lebuïnus, een steltenballet.
In de Bergkerk speelt Gajes de verhalende voorstelling 'Naissance aux treizième'.
De XL-Insects van Close Act uit Nederland maken de Brink onveilig. foto's Ab Hakeboom
DEVENTER - Het festival verschuift in de richting van een
straattheaterfestival met een sterke nadruk op stelten. Wat wél kenmerkend
blijft is de hoogte waarop de meeste acts zich afspelen. Toch moeten
toeschouwers zich ook wel eens verdringen om een glimp van het schouwspel op
te vangen.
Joop Mulder, directeur van het Oerolfestival op Terschelling, is onder de
indruk van Deventer op Stelten. Hij bezoekt het festival voor het eerst. "
Je moet in de breedte zoeken naar nieuwe acts", zegt hij. Er zijn te
weinig pure steltenproducties om elk jaar weer een goed festival te
organiseren, erkent ook Ute Classen uit Duitsland, die zich al twintig jaar
bezighoudt met straattheater. "Ze hebben hier alle goede acts al eens
gehad. Dan moet je het festival ook openstellen voor nieuwe vormen. Ik merk
dat het publiek daar ook voor open staat."
Aan de imposante
theaterproductie op het Grote Kerkhof, Victor Frankenstein, komt geen stelt
te pas. Volgens sommige bezoekers is het daarom geen passende hoofdact. Wel
steken de podia meters hoog de lucht in en is het verhaal voor iedereen goed
te volgen. Waar velen spektakel verwachten met rondrijdende installaties is
deze voorstelling juist sterk theatraal.
De Franse theatermakers
maken gebruik van live-muziek, lichteffecten en projectie. Een deel van het
filmpje is zelfs in Deventer opgenomen en later ingemonteerd. Net als vorig
jaar met de voorstelling van Gajes op het Grote Kerkhof krijgen verhalende
voorstellingen meer de ruimte. "We zoeken de balans tussen inhoud en
vermaak", zegt VVV-directeur Hein te Riele.
Voor de spelers
van Malabar op de Brink is de stelt juist de kern van de act. Zij hebben dan
ook de meest geavanceerde stelten van het hele festival tot hun beschikking:
ze zijn pneumatisch. Daardoor kunnen de spelers enorme sprongen maken. Ze
springen en jongleren rond het reuzeninsect 'Helios II', begeleid door
live-muziek. Het is meer acrobatiek dan theater maar dat doet niets af aan
de grote acrobatische vaardigheden van de spelers. Het springen op de
stelten vergt veel kracht. Mooi is te zien hoe zij gaan touwtje springen,
onder meer met dubbele touwen.
De trouwe festivalganger is
inmiddels heel wat gewend en grote acts vallen sommige bezoekers wat tegen.
Soms liggen de hoogtepunten juist dichtbij de grond, in een kleine act. Dat
geldt zeker voor de vreemde wezens van 'Devolution'. De twee Belgen van
Compagnie d'Outre Rue hebben de evolutie omgedraaid. Eén van hen is een
groot harig monster en de ander een soort vis die zich met zijn buik over de
grond voortbeweegt. Beiden zijn dol op fruit. De visachtige figuur prakt een
banaan fijn op de blote voeten van een toeschouwster en begint er vol
overgave aan te likken. De vrouw gilt het uit, maar laat hem zijn gang gaan.
De act duurt minutenlang. Op zulke momenten blijkt de kunst van deze
straatartiesten: ze weten wanneer ze te ver gaan en wanneer niet.
Vervolgens ziet de 'vis' een oudere man in een rolstoel en komt hij half
overeind en wijst op de kleine skateboardwieltjes op zijn buik. Hij maakt
duidelijk dat hij de grote wielen van de rolstoel wil en begint te sjorren.
Dit tot groot plezier van de rolstoeler die geen millimeter toegeeft.
De dansvoorstellingen op stelten krijgen veel waardering van het publiek. Dat
geldt zeker voor de flamecovoorstelling over een bloedige bruiloft van
'Cavaluna'. Maar ook Oplas Tatro gooit hoge ogen met steltenballet op het
Grote Kerkhof.
Geen stelten maar een adembenemende balanceer-act
is te zien op de Nieuwe Markt. Ingrediënten: drie mannen, stevige planken en
een houten laddertje. Ze weten het publiek een uur lang te boeien met humor.
Ze flikken elkaar kunstjes of laten elkaar vallen.
In de Bergkerk
komt het publiek af op de intieme verhalende voorstelling van Gajes. De
Deventer steltengroep vertelt een verhaal (zonder woorden) over een jongen
die man wordt. Onder begeleiding van muziek van een cello en het kerkorgel
ruilt hij zijn kleine stokpaardje in voor een enorm paard.
In
verschillende panden rond de Brink hebben de groepen hun uitvalsbasis.
Malabar houdt zich tussen twee voorstellingen schuil in de catacomben van
Brink 21. De artiesten hebben twee uur om bij te komen, voordat ze weer op
moeten. Uitgelopen schmink wordt bijgewerkt en de spieren worden opgerekt.
Het gezelschap, dat in Zuid-Frankrijk is gevestigd, rekruteert zijn spelers
uit de hele wereld. Onder meer uit Engeland, Argentinië en Paraguay. Eén van
hen vertelt hoe zij trainen: door met stelten een helling naast hun
thuisbasis op te klauteren. Als zij weer op moeten, komen de bruiloftgangers
van Cavaluna net terug. Ondanks de hoge plafonds van Brink 21 moeten ze
bukken om het pand in te kunnen en zich binnen te ontdoen van kostuums en
stelten.






Sorteer reacties
















