DEVENTER/ZUTPHEN - Er komt een uitgebreide inventarisatie van de mogelijke problemen op het spoor in de provincies Gelderland en Overijssel.
Ingenieursbureau Witteveen+Bos in Deventer heeft hiervoor een opdracht gekregen.De beide oostelijke provincies willen weten wat voor hen (en hun inwoners) de gevolgen zijn nu het personenvervoer over spoor in de Randstad anders wordt ingericht. Om daar in het westen van het land de benodigde capaciteit voor vrij te maken kiest de overheid er voor het goederenvervoer te verplaatsen naar minder druk bereden trajecten in Nederland. De Tweede Kamer heeft daar al mee ingestemd. In een aantal varianten van alternatieve routes voor goederenvervoer per spoor komt de IJssellijn in beeld. Deze lijn, die eerder was bedoeld als noordtak van de Betuwelijn, loopt van Arnhem via Zutphen naar Deventer en vervolgens Olst, Wijhe en Zwolle.
De opdracht aan Wittveen+Bos is verstrekt door de contactgroep spoorgemeenten Oost-Nederland. Deze organisatie is in het leven geroepen door de provincies Gelderland en Overijssel. Zij hebben besloten tot een gezamenlijke aanpak om zo goed mogelijk te kunnen reageren op de overheidsplannen.
Witteveen+Bos gaat nu onderzoeken hoe het zit met onder meer de verkeersafwikkeling, de veiligheid, de geluidsbelasting en de hinder als gevolg van trilling.
Ook wordt gekeken naar de invloed van intensief spoorverkeer op de natuur- en recreatiegebieden in de regio.
Het ingenieursbureau verwacht de resultaten half maart te presenteren.
Uiterlijk in juni worden de planstudies vervolgens met de Tweede Kamer besproken.


Sorteer reacties















