De brandweer lost dat in de binnenstad op met zogenoemd grootwatertransport, zo legt Michel Thijssen uit. Het water komt dan van open water, zoals de IJssel.
De ooit speciaal voor de brandweer geboorde putten in de binnenstad, zoals aan de Stromarkt, zijn sinds de inzet van het grootschalig watertransport niet meer in gebruik. Vanwege de afhankelijkheid van de grondwaterstand is een goede waterlevering niet gegarandeerd. Ook zijn de putten onderhoudsgevoelig en verder vergen ze vanwege de afstand tot een brand meestal inzet van twee eenheden.
Het gevaar van overslaan van een brand naar een belendend pand is in een oud stadscentrum ook nog eens groter doordat daken van oude panden vaak niet even hoog zijn. Als de vlammen uit een dak slaan dat lager is dan het pand ernaast, kunnen ze sneller om zich heen grijpen. Ze eindigen niet in het luchtledige, maar vreten de belendende bebouwing aan.
Thijssen: ,,De brand in de Lange B. was zeer lastig. Dat kwam door de situering van het pand van Bakker Bart, waar de brand begon, en de hevigheid van de vlammen. Toen wij werden gealarmeerd, was er al sprake van een flinke brandhaard. Het Bakker Bart-pand is langgerekt en grenst aan woningen aan de Kleine Overstraat. In die hoek waren de vlammen het hevigst en was op dat moment de kans op overslaan het grootst. Dáár was daarom onze eerste beschikbare inzet, met water uit een brandkraan. Als je in de Lange B. staat, zie je dat niet. We zijn huizen in de Kleine Overstraat binnengegaan om de brand te bestrijden. Zo snel als kon deed een tweede eenheid dat aan de achterzijde, bij de Treurnietsgang.'' Dit ging met een opgebouwd grootwatertransport, vanaf de IJssel.
De brand werd - later - in de Lange B. door toen gearriveerde eenheden bestreden met een tweede opgebouwd groot watertransportsysteem. Dat gebeurde aan de Singel, op een plek waar genoeg ruimte voor de brandweerwagen was.
De slangen - de uitrol gebeurt met de wagen en duurt enkele minuten - liepen via de Nieuwstraat, een route met de minste bochten. ,,Bij de allereerste inzet is er standaar één grootwatertransport, ook in het centrum. Dat is bijna altijd voldoende. Het lastige hier was dat de hoogwerker in de Lange B. noodgedwongen moest worden opgesteld aan de zijde van de Broederenstraat. Dit omdat de Lange B. heel smal is. Dat maakte dat aan de andere kant van de Lange B., aan de IJsselkant, te weinig werkruimte was voor de hoogwerker. Daar stonden noodzakelijkerwijs al andere blusvoertuigen. Lastig was ook dat de gevel van het pand van Bakker Bart op instorten stond. Onze mensen konden in verband met hun veiligheid niet voor dat pand langs slangen uitrollen of ander werk doen. Voor die hoogwerker was de opbouw van een tweede grootwatertransport vanuit een andere kant - de Singel - nodig. Dat is een taak van zo snel mogelijk aanvullend gealarmeerd personeel, dat uiteraard niet zo snel als de eerste uitruk ter plekke kan zijn. Het transport was na zo'n uur opgebouwd, binnen de richttijd die ervoor geldt.''
,,Soms is een brand zó hevig dat het zeer problematisch is. Ook al voldoe je aan de normen, er zijn natuurlijk ook grenzen aan de hoeveelheid materieel en mensen die je direct ter plekke kunt hebben. Garanties kan ik nooit geven, maar doorgaans kunnen we een brand in de binnenstad beperken tot één pand. In een enkel gecompliceerd geval, zoals bij deze brand, lukt dat niet. Ook al doe je het maximale.''

















U kon tot 25-08-2010 reageren op dit artikel.