Het Holtense echtpaar was ruim een jaar geleden nog nooit met hulpverlening en Afrika in aanraking geweest. Nu staan ze op het punt om samen met vijftig computers weer af te reizen. ‘Nu gaan we drie weken’, zegt Anja. ‘Dan kunnen we wat meer doen.’
De ontmoeting met een Rwandees vluchtelingengezin was het begin van alles. En computercentrum moest er komen in het Afrikaanse land, dat was de grote wens van Jean-Baptiste. Maar hoe?
Anja zocht contact met de Holtense dominee Gijssen die eerder vijf jaar in Uganda verbleef. ‘Niet hetzelfde, maar wij wisten helemaal niets, hoewel Afrika ons wel altijd heeft getrokken.’ Na een waarschuwing en het advies persoonlijke contacten te zoeken ging Anja Kettelarij aan de slag.
Via een medewerker van landbouwschool Larenstein werden contacten gelegd met Rambura in het noordwesten van Rwanda, de parochie waartoe Jean-Baptiste behoorde.
‘We zouden met de man van Larenstein in januari daar naar toe gaan, gewoon om eens te kijken’, zegt Anja. Maar het liep anders en ineens gingen ze alleen. ‘Stel je voor, nog nooit in Afrika geweest, en we spreken middelbare-school-Engels. Geen woord Frans, zoals in Rwanda gesproken wordt.’ En daar stonden ze, op het Keniaanse vliegveld, klaar voor een overstap naar Rwanda. ‘Dat was allemaal heel spannend. Maar uiteindelijk is alles goed gekomen.’
Wim had de aanvankelijke hoop dat zijn vrouw tot inkeer zou komen. Maar hij sloeg gaandeweg de week helemaal om, en werd zo mogelijk nog enthousiaster dan zijn vrouw.
Hoe het er komt, komt het er, maar Rambura moet een computercentrum krijgen. ‘En daarna een soort kulturhus en misschien wel een sociale werkplaats’, denkt het echtpaar.
Maar ze zijn ook realistisch. Het geld moet er wel zijn. De computers waren eigenlijk zo geregeld en Broekhuis uit het dorp keek alle apparatuur na en zette er de goede programma’s op. Maar toen kwam het transport. ‘Het staat hier nu allemaal nog opgeslagen, maar van de week gaat het weg. En het is toch wel een hele kostenpost hoor.’
Ze betalen hun reis en eigen kosten allemaal zelf, maar verwachten 10.000 euro nodig te hebben voor het project. ‘Er moet daar een gebouwtje opgeknapt worden en er worden nu meubels gemaakt. Daarnaast willen we graag een internetaansluiting, maar dat is nog niet rond.’
Veel mensen hebben al gul gegeven. In de kerk, maar ook bedrijven uit de regio. Toch is er nog steeds een gat in de begroting van zo’n 4000 euro. ‘We hopen natuurlijk dat dat goed komt.’ De Kettelarij’s gaan in ieder geval en het centrum komt er. ‘De hoge kosten zijn het transport. Een volgende keer doen we met geld alles in het land zelf. Maar computers zijn daar gewoon niet. Die moeten van hier komen.’
Ondertussen loopt het winkeltje aan de Beusebergerweg 39 al aardig. ‘Mensen doen wat geld in een potje en nemen iets mee. En als ik er ben worden ze bediend.’
Ook de acht ezels die het echtpaar heeft dragen hun steentje bij: ‘Er komen wel eens groepjes naar de ezels kijken en die geven dan een bijdrage. Dat geld gaat allemaal naar Rwanda.’
Meer informatie op www.rambura.nl


















U kon tot 16-09-2006 reageren op dit artikel.