Historici hebben ontdekt dat de opdracht kwam van graaf Von Walsegg die onder eigen naam een requiem wilde uitvoeren voor zijn overleden echtgenote. Nú is dat bekend; Mozart zelf wist het niet. Het kan dus niet anders dan dat hij de opdracht als een ‘vingerwijzing Gods’ beschouwde; een vooraankondiging van zijn eigen dood in december 1791.
Een verhaal dat past bij één van de grootste stukken uit de muziekgeschiedenis. In het Requiem komt alles van Mozart samen: het drama uit de opera’s; de intense spiritualiteit; de fugatische koorpassages die Bach naar de kroon steken.
Bezield was de uitvoering die het Deventer Toonkunstkoor onder leiding van Frank Deiman in de Bergkerk gaf van het Requiem. Een uitvoering die zowel qua niveau als intentie recht deed aan de grootsheid van het stuk. Een aantal koorpassages kwam sterk over, zoals het openingskoor en het Agnus Dei. Voor de balans zou het koor nog meer tenoren en bassen kunnen gebruiken.
Het solistenkwartet was uitstekend bezet. Ronald Dijkstra bleek een sonore bas, zoals te horen viel in het indrukwekkende Tuba Mirum met de trombone als ‘de laatste bazuin’. De vocale hoofdrol was voor sopraan Lenneke Ruiten die niet alleen in het Requiem maar ook in het voor de pauze gespeelde Exultate Jubilate de virtuoze coloraturen uit de mouwen van haar robe leek te schudden. Pérfect, maar ook een tikje afstandelijk. Deze zéér getalenteerde sopraan kan nog groeien als het gaat om expressie.
Programmatisch interessant was dat Mozarts ‘laatste stuk’ werd gecombineerd met (een van) zijn eerste stukken: de op 8-jarige leeftijd geschreven en toch al volgroeide symfonie KV 16. Het begeleidende orkest Ensemble Conservatoire liet twee gezichten zien. Met de strijkersgroep was niets mis. De hoorns lieten echter steken vallen in de symfonie en het was spijtig dat de klarinetpartijen in het Requiem niet op de origineel voorgeschreven bassethoorns (‘tenorklarinet’) werden gespeeld maar op gewone klarinetten.


















U kon tot 06-12-2006 reageren op dit artikel.