Stadsdichter Lammert Voos reageert met het onderstaande gedicht op het bericht dat de invulling van de ruim dertig lege prostitutieramen op de Bokkingshang langer op zich laat wachten. Bureau Bibob, het overheidsorgaan dat voor de gemeente de integriteitsscreening doet van de aanvraag voor de nieuwe gegadigde voor de exploitatie van de ramen, is nog niet klaar met dat onderzoek.
,,Naar aanleiding van dit bericht in de Stentor/Deventer Dagblad nog een stadsgedicht omdat het bijna Sinterklaas is'', zo schrijft de dichter in zijn toelichting op 2 december.
Doorkijk
de holle ogen van vleselijke schande
staren duister en blind naar de
Wilhelminabrug en schreeuwen over
damesleed en mannendwang
de brug is de eeuwig zwijgende getuige
van rood beschenen dromen van welvaart,
wulps gehuld in zwart kant, de mannen
anoniem weggedoken in hun jaskraag
schielijk loerend vanuit een traag rijdende
auto of de stoep aan de overkant, waar de
armoede niet achter die ramen zit, maar
in het hoofd van de Neanderthalerman
de klant betaalt, de klant bepaalt, de klant
is koning en schlemiel tegelijk, de klant
is het armoedige gezicht van iedereen
zijn of haar gebrek aan integriteit
© Lammert Voos
















U kon tot 01-01-2012 reageren op dit artikel.