Leerlingen van groep 8 van de K. Norelschool in Epe waren zich dinsdagmorgen aan het verdiepen in de opgaven van de Cito-eindtoets. foto Hans van de Vlekkert
EPE/OENE - Door het hele land zijn dinsdagmorgen ruim 160.000 leerlingen van de groepen 8 begonnen aan de Cito-eindtoets. Ook woensdag en donderdag buigen leerlingen zich over tweehonderd meerkeuzevragen op het gebied van taal, rekenen, wiskunde, wereldoriëntatie en studievaardigheden. De Cito-toets wordt als een momentopname gezien en is mede-bepalend voor het type onderwijs dat de leerling gaat volgen.
Dit is het laatste schooljaar dat de Cito-toets in de huidige vorm wordt afgenomen. Vanaf volgend jaar wordt rond april/mei een centrale eindtoets voor taal en rekenen verplicht voor alle basisscholen. Omdat nu nog geen sprake is van een verplichting, kunnen scholen zelf bepalen of ze meedoen of niet. De christelijke basischool K. Norel in Epe is één van de circa 6200 scholen in ons land - zo'n 85 procent van alle basisscholen - die meedoet.
Martin Spiering, leraar groep 8, beschouwt de Cito-toets als een hulpmiddel. "Doorgaans komt uit een Cito-toets wat je van een leerling verwacht. Het is geen streng instrument. We hebben natuurlijk het leerlingvolgsysteem en de mening van de leerkracht van groep 8 is doorslaggevend voor de keuze voor vmbo, havo of vwo", zegt hij.
De openbare scholen in de gemeente Epe doen, op één na, niet mee met de Cito-eindtoets. Directeur Peter Verbeek van de openbare Daltonschool De Bongerd in Oene heeft er een uitgesproken mening over. Hij hecht veel meer waarde aan de zogeheten entreetoets voor leerlingen van groep 7 die op zijn school wordt afgenomen en aan alle Citotoetsen van het leerlingvolgsysteem, die acht jaar lang door de leerlingen zijn gemaakt. "Aan de hand daarvan kun je zien waar leerlingen extra aandacht moeten krijgen. Ook na de entreetoets in groep 7 heb je als school nog de tijd voor die extra ondersteuning. Dit in tegenstelling tot de Cito-eindtoets."
Bovendien veroorzaakt een Cito-toets, mede door alle media-aandacht, veel stress bij leerlingen, die in drie dagen moeten laten zien wat ze in huis hebben aan kennis en vaardigheden. "Op de Veluwe is de uitslag van de Cito-eindtoets niet doorslaggevend voor de keuze van voortgezet onderwijs en is de mening van de leraar van groep 8 doorslaggevend. In een stad als Utrecht is de toets wel bepalend."
Verbeek wijst erop dat ook leerlingen voor wie bepaalde opgaven in de Cito-toets te hoog zijn gegrepen eraan moeten geloven. Verbeek: "Kun je je voorstelen hoe deze leerlingen zich voelen als ze een paar uur lang opgaven moeten doen die ze niet aankunnen? We hebben het wel over zorg op maat, maar laten wel iedere leerling dezelfde Cito-toets doen."
Volgens Verbeek kan er ook zonder Cito-eindtoets een goede inschatting worden gemaakt welke school voor voortgezet onderwijs het best bij een leerling past. "Ieder jaar komen docenten bij ons op bezoek van RSG N.O.-Veluwe, waar veel van onze leerlingen naartoe gaan. Dan gaan we na wat er van ons advies over leerlingen terecht is gekomen, ook na vier, vijf jaar. Dan blijkt steeds weer dat we doorgaans goed hebben geadviseerd."


Sorteer reacties














U kon tot 08-03-2012 reageren op dit artikel.