Nooit moe van telen van aardbeien

Auteur: door Jenny Polman |   donderdag 06 mei 2010 | 16:58 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 06 mei 2010 | 19:13

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Om videos te bekijken, heeft u flash nodig. Klik hier om de laatste versie te downloaden.
De rode zomerkoninkjes van Gerrit en Trijnie Bronsink uit Oene worden al weer geoogst. Zaterdag houdt de aardbeientuin een open dag. foto Cees Baars

De rode zomerkoninkjes van Gerrit en Trijnie Bronsink uit Oene worden al weer geoogst. Zaterdag houdt de aardbeientuin een open dag. foto Cees Baars

OENE - Het telen van aardbeien, het zit Gerrit Bronsink (50) in het bloed. Als 12-jarig jochie deed hij het al, op de boerderij van zijn ouders aan de Rozenkampweg in Oene. Middelbare schooltijd - het eerste jaar lavo, het tweede jaar landbouwschool, het derde en vierde jaar tuinbouwschool en vervolgens een hoveniersopleiding - zorgden voor een onderbreking, maar in 1980 schreef hij zich als aardbeienteler in bij de Kamer van Koophandel. Sindsdien is hij professioneel werkzaam op dat gebied, samen met zijn vrouw Trijnie en inmiddels ook met zijn 24-jarige zoon William. Een groeibedrijf, noemt hij het, met toekomst. Want een goede, smakelijke en verse aardbei gaat er bij het gros van de bevolking altijd wel in. Al is het alleen al vanwege de waardevolle vitaminen en de kostbare antioxidanten.



Aanvankelijk teelde hij de aardbeien op de volle grond, maar dat bleek oneconomisch omdat dan wisselteelt moet worden toegepast. De grond raakt anders uitgeput en 'aardbeienmoe'. Bovendien laten aardbeien zich dan lastig plukken, zijn ze moeilijker droog te houden en dus kwetsbaarder voor rot en ziektes. Telen op anderhalve meter hoogte, in bakken, potten of zakken, bracht uitkomst. Sinds 1985 telen de Bronsinks de zomerkoninkjes daarom op stahoogte, in potten of veenbalen. De grond wordt hierbij om de een à twee jaar ververst, dus is er van uitputting geen sprake.

Bronsink teelt uitsluitend het ras Elsanta. "Dat ras is al dertig jaar op de markt maar is qua smaak en houdbaarheid nog nooit overtroffen." Persoonlijk vindt hij de Corona het lekkerst, mooi donkerrood van kleur en heel erg zoet. "Maar die is nauwelijks een dag houdbaar. Onze klanten - tachtig procent particulieren - willen toch wel aardbeien die er na een dag of drie, vier ook nog goed uit zien."

Van doordragende planten moet hij niks hebben, die aardbeien blijven qua smaak en kwaliteit toch achter bij de Elsanta. Bronsink past een andere techniek toe om toch van mei tot en met augustus te kunnen voldoen aan de vraag naar verse aardbeien: hij doet aan oogstspreiding door om de zoveel weken jonge planten uit de vriescel te laten komen. Zo is er dus eigenlijk sprake van uitgestelde bloei.


U kon tot 05-06-2010 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

Discussie

Wildraster?

Moet Epe een zwijnenkerend wildraster aanleggen?

Zoek met Google op deze site