'Dit land heeft mij veel gebracht'

  woensdag 07 juli 2010 | 12:45 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 04 september 2010 | 11:47

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Margriet Pleiter, genietend temidden van (enkele voorbeelden van) glaskunst in haar galerie De Aventurijn in Epe. ,,Dit is altijd mijn passie geweest.'' foto Cees Baars

Margriet Pleiter, genietend temidden van (enkele voorbeelden van) glaskunst in haar galerie De Aventurijn in Epe. ,,Dit is altijd mijn passie geweest.'' foto Cees Baars

THUISINNEDERLAND - Zestien jaar was Margriet Eliazer toen ze naar Nederland kwam in 1962. Een jeugd op Aruba en Suriname lag achter haar. Met drie Antilliaanse meisje belandde jonge Margriet in een Rotterdams huisgezin. Wennen was het, heel erg wennen, die eerste maanden, eerste jaren. Maar het lukte.



"Wat doe ik in Godsnaam hier, dacht ik in het begin. Ik kwam uit Suriname gevlogen. Was gewend aan vrijstaande huizen, veelkleurigheid, warmte en een zekere zorgloosheid. Dan opeens hier: Rotterdam, een wereldstad, allemaal betonnen flatgebouwen, hoog, grijs en kil. Dan ook nog eens de strengste winter sinds jaren, 1963, Reinier Paping die de Elfstedentocht wint, Mies Bouwman die Open het Dorp presenteert op de televisie, zwart-wit. En toch, toen ik dát zag: al die mensen die met luciferdoosjes vol geld naar de studio kwamen om te helpen, toen begon ik bewondering te krijgen voor wat er in Nederland kennelijk allemaal mogelijk was. Ik dacht terug aan acht jaar daarvoor, 1953. Toen in Suriname elke maandag een paar maanden lang, geld opgehaald werd voor die 'arme kindertjes in Nederland' die geen huis meer hadden na de verschrikkelijke watersnoodramp in Zeeland. Toen vielen geleidelijk aan alle puzzelstukjes op zijn plaats. En nu, bijna vijftig jaar later, kan ik zeggen: Margriet, het is goed geweest. Je hebt hier in Nederland een leven kunnen leiden dat je op Aruba of Suriname waarschijnlijk niet gehad zou hebben. Ik betwijfel sterk of ik dáár gelukkiger zou zijn geworden, dan ik hier ben. Want Nederland heeft mij veel gebracht. Veel mogelijkheden me te ontplooien, Daar ben ik dit land erg dankbaar voor."Op Aruba had vader Eliazer een radiozaak, moeder een kap- en schoonheidssalon. Twee herinneringen uit haar eerste levensjaren komen boven: "Ik zie nog dat er brand uitbrak in de bioscoop naast ons. Vrouwen renden weg vanonder de droogkap, moeder griste me bij de hand. Ik zie nóg de rook, ruik hem. De tweede herinnering is een paar jaar later. Prins Bernhard op bezoek in Aruba. Aan de hand van de hulp die de was verzorgde, zwaai ik naar hem. Tegen moeder zei ik even later trots: 'De Prins heeft naar mij gekeken, mama!'"

Moeder sterft als Margriet elf is. "Dat heeft een grote impact op mijn leven gehad." Oudste zus Maike neemt de leiding van het gezin (vijf kinderen) op zich. Margriet gaat in Paramaribo, waar het gezin intussen naar verhuisd is, naar de kweekschool. Ze wil graag met kinderen werken, het liefst met kinderen die moeilijk opvoedbaar zijn. Zus Maike wijst haar een nieuwe weg: "Het onderwijzersdiploma in Nederland is meer waard dan dat van Suriname, hier. Ga naar Nederland, studeer en bepaal dan waar je wilt wonen en werken." Zo vertrekt jonge Margriet op haar zestiende - vervuld van heimwee én van hoop - naar Nederland waar ze uiteindelijk haar leven vorm zal geven. Een stage op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen leert haar dat dát toch niet haar weg is. "Het hoofd van de school zei me: beste meid, stop hiermee. Je trekt je het lot van de kinderen veel te persoonlijk aan."

Margriet is het er mee eens; ze vindt werk bij een groothandel in gouden sieraden, volgt een opleiding tot edelsmid en komt dan - jong nog steeds - in aanraking met reisorganisatie Hotelplan. Ze wordt hostess in Zwitserland, later Italië, begeleidt toeristen door Venetië en San Marino, komt terecht in de kleine Oostenrijkse wintersportplaats Filzmoos in het weidse Salzburgerland. "Daar kwam de omslag in mijn leven. Op een gegeven moment kwam er een gast die Henk Pleiter heette, een weduwnaar. Al snel voelde ik dat ik met deze man mijn leven wilde delen."

Negenendertig jaar zijn Margriet en Henk intussen getrouwd en het is goed zo. Ze trouwen, wonen in Wijdewormer, het werk voert hen naar andere plaatsen: Wezep, Drempt en nu, sinds 2003: Epe. Margriet vindt werk in de bankwereld, klimt op bij NMB, Postbank en ING van secretaresse tot stafmedewerker commerciële zaken in de districten Arnhem-Nijmegen en Apeldoorn. Ze werkt met plezier maar voelt dat er toch nog één missie op haar wacht.

"Achtenvijftig was ik, er kwam weer een reorganisatie aan. Altijd al had ik tegen Henk gezegd: 'Als ik stop met werken begin ik een kunsthandel'. Toen het moment daar eenmaal was, heeft Henk me het laatste zetje gegeven: 'Doe het nú, nu je nog fit bent.' We vonden dit huis in Epe, waar we een galerie aan huis bij konden maken. Een galerie van glaskunst, daar heb ik voor gekozen. Ik weet te weinig van schilderskunst en ik wilde toch iets uitzonderlijks hebben. Dat is glas geworden. Veel gelezen, veel kunstenaars bezocht. Dit is het resultaat met een naam die bij me past: De Aventurijn."

"Het avontuurlijke heeft altijd in mijn bloed gezeten en heeft me keer op keer de weg gewezen. Mijn vaders vader was jood, mijn oma een Chinese uit Kanton. Er vloeit nogal wat verschillend bloed door mijn aderen, van alles eigenlijk, behalve blauw bloed. Op school in Suriname had ik vriendinnen van allerlei volksaard: Nederlanders, Chinezen, Hindoestanen, Creolen, Afrikanen, Aziaten. Ik kwam bij mijn vriendinnen thuis, leerde hun ouders kennen, hun gewoontes. Ik ging naar een Hindoestaanse bruiloft met al die prachtige ceremoniëen, maar ook naar een Chinese begrafenis waar de gebruiken weer heel anders waren. Ik heb er veel van opgestoken en de belangrijkste les is wel: oordeel niet over een ander. Of iemand nu de Islam aanhangt, ongelovig is, Christen of Jood, ook al heeft hij een heel andere Godheid dan jij, hij is op de eerste plaats méns. Voor mij is er maar één criterium: niet crimineel zijn."

"We doen elkaar vaak veel narigheid aan, leven hier in Nederland misschien teveel náást in plaats van met elkaar. We verdiepen ons misschien te weinig in elkaars persoonlijke achtergronden en vergeten te kijken achter die bruine huid, dat witte gezicht of dat gele of rode gelaat. Als je dieper kijkt naar je medemens ontstaat er vanzelf meer respect. In Nederland bestaat soms veel 'overlast': we wijzen naar Marokkaanse jongeren. We zetten ons af tegen elkaar, vinden het 'gek' dat een Hindoestaan meisje met een kruisje op haar voorhoofd loopt. Maar we vragen ons niet af wat daar achter zit. De boerka is iets anders, daar ben ik geen voorstander van, maar voor de rest zou er meer onderling begrip kunnen zijn tussen al die verschillende mensen, van land, van herkomst, van achtergrond. Meer saamhorigheid ook. We kunnen zoveel van elkaar leren. Op school zou er nóg meer aandacht voor integratie kunnen komen en wij, wij gewone mensen - ikzelf niet uitgezonderd - zouden elkaar wat vaker de hand kunnen reiken in plaats van de afstand die we tot elkaar houden. Ik heb Slowaakse en Zwitserse vrienden maar (nog) geen Turkse of Marokkaanse. Er valt nog een wereld te winnen."


U kon tot 04-10-2010 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

Discussie

Wildraster?

Moet Epe een zwijnenkerend wildraster aanleggen?

Zoek met Google op deze site