Opzichter Hans Tjoonk van Geldersch Landschap bij de betonnen bak, voorheen gevuld met water voor de bootjes van Het Meinhuis. foto Jenny Polman
Heerdenaar Rein de Jong (midden) bracht op Koninginnedag 1939 - toen op 31 augustus - met broer en vader een bezoek aan de bootjesvijver bij uitspanning Het Meinhuis aan de Dellenselaan. Die uitspanning trok toen, mede vanwege de vijver, veel dagjesmensen naar landgoed De Dellen. De betonnen waterbak waarin de bootjes dreven is dit voorjaar weer zichtbaar gemaakt.foto Archief familie De Jong
EPE - Het was in de jaren dertig van de vorige eeuw de ultieme vorm van vermaak: varen met een bootje over het water. En helemaal geweldig was het natuurlijk als je als kind, de veilige arm van je vader achter je, zélf even het stuur mocht vasthouden. Dan kon je toch helemaal niks gebeuren?
Veel Veluwse gezinnen met jonge kinderen vermaakten zich in die jaren op lome,
zonnige dagen bij herberg Het Meinhuis op het Heerder/Eper landgoed De
Dellen, waar de toenmalig eigenaar Lambertus van den Burg een uitspanning
exploiteerde met speeltoestellen en een bassin voor motorbootjes. De
uitspanning kreeg in die jaren heel wat dagjesmensen te verwerken en ook was
de plek een ideale bestemming voor de schoolreisjes van lagere scholen uit
de regio. Juist vanwege de bootjesvijver. Volgens Lodewijk Rondeboom,
schrijver van het boek 'Een Oase in het Heerderdal' over de geschiedenis van
landgoed De Dellen tussen 1803 en 2003, reed er in die tijd zelfs een bus
tussen Heerde en Het Meinhuis om de vele bezoekers naar de uitspanning te
vervoeren. Want ja, wie had er nu al een auto in die jaren. Bovendien was er
verder in de omgeving weinig ander vermaak.
Het vertier bij Het Meinhuis - zo genoemd omdat er partijen hout werden
geveild, oftewel 'gemijnd' - was echter in de jaren na de oorlog niet meer
spectaculair genoeg. Een dagje uit naar de bossen of picknicken op de hei:
nee, daar deed je je kinderen geen plezier meer mee. Thuis was het leuker,
want daar had je televisie. En dus verliep de uitspanning. Bovendien wilde
Defensie haar schietoefeningen uitbreiden. Het in 1932 in opdracht van Van
den Burg gebouwde pand werd in 1950 aangekocht door de Dienst der Domeinen
en uiteindelijk in 1968 afgebroken. Het terrein ging naar Defensie, dat toch
al minder mensen in het gebied wilde hebben. De betonnen bak waarin voorheen
de bootjes hadden gedobberd raakte lek, het water verdween, planten en
struiken schoten op tussen de kieren en spleten en overwoekerden het beton.
Al gauw was de bootjesvijver nauwelijks nog herkenbaar.
De stichting Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen kocht - voor 220.000
gulden - in 1929 362 hectare van landgoed De Dellen van de toenmalige
eigenaar, Frederik Karel Buys Ballot, vooral om te voorkomen dat 'de oude
bosschen van De Dellen nog verder zouden worden weggevaagd' en het landgoed
nog verder zou worden verkaveld. In de loop der jaren kon de
landschapsstichting steeds weer eerder verkochte delen van het
oorspronkelijke landgoed terugkopen en zo uitbreiden tot 460 hectare. In
2007 nam ze het 60 hectare grote perceel terug van Defensie waar voorheen
Het Meinhuis had gestaan. Defensie had dit gebied vooral gebruikt als bivak.
Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen is nu bezig de nieuwste aanwinst
zoveel mogelijk weer in oude luister te herstellen.
Zo werden in 2001 al zo'n zeshonderd beuken geplant langs de Dellenselaan, in
dubbele rijen. Niet omdat de grond ter plaatse nu zo geschikt is voor
beuken, maar omdat Daendels - hij begon in 1803 met de ontginning van het
toen nog natte heidegebied De Dellen - daar ooit een beukenlaan had
aangelegd. Dit voorjaar werd de plek waar het Meinhuis heeft gestaan weer
herkenbaar gemaakt. Die plek is nog zichtbaar; er liggen hier en daar nog
stenen en ook de bezinkput is nog te vinden. Verder markeren bomen en
struiken die niet in het bos thuishoren de plek, zoals een plataan en een
rododendron. Zelfs is nog te zien waar de pony heeft gestaan waarop kinderen
rondjes konden rijden.
Vooral echter heeft Geldersch Landschap de betonnen waterbak weer zichtbaar
gemaakt waarin ooit de bootjes dobberden. Omliggende bomen werden gekapt,
omdat ze het beeld verstoorden. Braamstruiken die zelfs boven de rand
uitkwamen werden uit de betonnen bak verwijderd. Rond de bak is een hekwerk
geplaatst, zegt Hans Tjoonk, opzichter van Geldersch Landschap voor de
Noord-Veluwe. "Dat is in de eerste plaats omdat we geen publiek in de
bak willen hebben," zegt hij, "maar ook voor de fauna. Natuurlijk
kan er nu wel een jong zwijn of een jonge ree in terechtkomen, maar daarvoor
hebben we trappetjes gemaakt." De bak vormt daarnaast een goede habitat
voor - bijvoorbeeld - hagedisjes.
Inmiddels is er, provisorisch, een wandelpad gemaakt vanaf de Dellenselaan
naar de voormalige bootjesvijver en ook heeft Tjoonk daar al een A4-tje
opgehangen met informatie over het herstelproject. Dat A4-tje is tijdelijk;
binnenkort komt er een paneel te staan met informatie over die locatie en in
het bijzonder de bootjesvijver.






Sorteer reacties














U kon tot 22-08-2010 reageren op dit artikel.