foto Right To Play
Karin Ruckstuhl in Tori, Benin. De delegatie van Right To Play werd er net als de burgemeester als eregast onthaald. foto Right To Play
Karin Ruckstuhl in Tori, Benin. De delegatie van Right To Play werd er net als de burgemeester als eregast onthaald. foto Right To Play
foto Right To Play
foto Right To Play
foto Right To Play
foto Right To Play
ARNHEM - Aids. Malaria. Maar ook, kinderen met een lichamelijke beperking die door hun ouders worden verstoten. Moeilijke thema's waarop Right To Play in een universele taal een antwoord probeert te geven. Atleten Karin Ruckstuhl en Chiel Warners uit Lelystad reisden naar Ghana en Benin om te zien hoe onbegrensd de kracht van sport en spel is.
"De spelletjes laten de kinderen lekker bewegen en zijn altijd
educatief."
"Sport en spel is erkend als een vorm van
ontwikkelingssamenwerking, Right To Play krijgt daarvoor subsidie van de
overheid", illustreert Karin Ruckstuhl de rol die de organisatie van
ex-schaatser Johann Olav Koss zich inmiddels heeft verworven. De
zevenkampster zit ontspannen op de bank van het Beijing-atletenhuis op
sportcentrum Papendal. Ze is net terug uit Afrika. Samen met haar verloofde,
voormalig tienkamper Chiel Warners, en beachvolleyballer Bram Ronnes heeft
ze gezien waar de filosofie van Right To Play in praktijk toe leidt. "
Aids/hiv is een groot probleem in Afrika waarover veel vooroordelen bestaan.
Zo wordt er gedacht dat dikke mensen niet besmet kunnen zijn omdat ze er zo
gezond uitzien. In een van de spelletjes die Right To Play speelt staan de
kinderen in twee rijen. De ene groep geeft achter de ruggen een zakje zand
door. De andere groep moet na tien tellen raden welk kind het zakje heeft.
Dat lukt vaak niet. Het maakt duidelijk dat je aan het uiterlijk niet kan
zien wie een virus met zich meedraagt."
Uit het reisverslag
van Karin Ruckstuhl:
Op het Right To Play-kantoor krijgen we een
presentatie van de Country Manager van Right To Play Ghana. Korte
samenvatting: het gaat goed, er zijn mooie resultaten (meer kinderen naar
school, taboes over hiv worden doorbroken) maar er zijn meer fondsen nodig.
Right To Play is zo populair dat de 'wachtlijst' enorm is. De activiteiten
zijn vorig jaar verdubbeld maar nog moeten veel te veel kinderen
teleurgesteld worden.
Ruckstuhl komt met nog een voorbeeld. "
In Benin gelooft vijftig procent van de bevolking in voodoo. Kinderen met
een lichamelijke beperking worden als eng gezien en door hun ouders
verstoten. Door verschillende spelletjes wordt geleerd samen te werken en
elkaar te accepteren. Probleem is alleen dat Right To Play nog niet de hele
bevolking bereikt."
De organisatie werkt in 23 landen in
Afrika, Azië en het Midden-Oosten. "Right To Play begon met
internationale vrijwilligers, maar is nu 'self-sustaining'. Ieder land heeft
zijn eigen kantoor en lokale mensen worden opgeleid tot coach, leraren
bijvoorbeeld. Right To Play werkt altijd met partners, meestal scholen en
communities. In Benin ook met Plan International (voorheen Foster Parents
Plan, JPB). Zij helpen de hele gemeenschap, ze bouwen scholen. Right To Play
organiseert de spelletjes. Net als op blindenscholen."
"
Benin is het eerste land waar de Right To Play-spelletjes net als taal en
rekenen in de lessen voor de jongste kinderen zijn opgenomen. Er moest al
wel gym worden gegeven, maar dat gebeurde niet. Het zit niet in de cultuur.
Kinderen worden zelfs door hun ouders bestraft als ze spelen, terwijl het zo
goed is voor hun ontwikkeling. Nu is het aantal aanmeldingen veel groter dan
Right To Play leraren tot coach kan opleiden." Ruckstuhl zag dat het
land het belang van de organisatie onderkent. "Het hoofd van Right To
Play in Benin is een vrouw, zij heeft een eervolle onderscheiding van de
president gekregen. Maar ook op straat. 'Right To Play, Right To Play',
zongen de kinderen overal als ze ons in onze T-shirts zagen."
Ruckstuhl kent de kracht van sport uit eigen ervaring. "Ik was zelf een
verlegen meisje. Dankzij de atletiek heb ik geleerd me beter te uiten. Ik
ontmoet veel mensen en heb veel van de wereld gezien."
In
Benin heeft ze samen met Warners die mentaliteit proberen over te dragen op
de lokale Right To Play-coaches. "We wilden een clinic geven, maar er
was niets om mee te kogelstoten of te speerwerpen. Wij hebben ze kokosnoten
en spiesen laten regelen. Het leerde de coaches dat een gebrek aan materiaal
geen reden is om helemaal niets te doen."
Ruckstuhl zag
hetzelfde bij de kinderen. "Ze gehoorzamen keurig, ze hebben dezelfde
band met hun ouders als kinderen in Nederland een eeuw geleden. Ze zijn
verlegen, maar laat je ze met elkaar spelen dan worden ze plotseling open en
ondernemend. Spelen leert ze doelen te stellen en zich daarvoor in te
zetten. Als je wilt slagen, moet je er dingen voor opofferen. Maar je krijgt
er meer voor terug."




















U kon tot 20-04-2009 reageren op dit artikel.