Meerval is zo glad als een aal, voor je het weet springt-ie weg. Kweker Michel Koper uit Ens moet de nodige moeite doen om een showexemplaar in de vingers te houden. foto Hans Veenhuis
Zie ook:
De vis staat inmiddels op het menu in onder meer Ens, Kraggenburg, Giethoorn
en Lemmer. Zijn bedrijf De Kopervis is klein en dat blijft zo, benadrukt
hij. Bedoeling is jaarlijks tien ton vis te leveren. Niets vergeleken met
kwekerijen in met name het zuiden van het land. Die produceren 150 ton op
jaarbasis.
In een deel van de voormalige koeienstal kweekt Koper
zijn vissen op tot ze 'oogstbaar' zijn. Jonkies die in een polyester bak
rondzwemmen en op voer duiken als Koper er wat in strooit. "Ze springen
gewoon het water uit als je niet uitkijkt." Een handvol voer verandert
de blauwe bak in een wildwaterfeest. Lachend: "Je wordt vanzelf nat."
De kwekerij is duurzaam, liefst zou Koper het predikaat 'biologisch' op zijn
vis plakken. "Maar dat kan niet. In deze branche mist een
certificering. En bovendien is er geen biologisch voer te krijgen. Maar
duurzaam is het zeker." Koper gebruikt een kleine 25.000 liter water in
een gesloten systeem. In tien kweekbakken van verschillende grootte zit
14.000 liter, 11.000 liter bevindt zich in de rest: ondermeer een bezinkbak
en een fors biologisch filter.
Het water waarin de vissen zwemmen
is theekleurig. Dat komt door de bacteriën die de vissen bij zich dragen en
die in het water horen. Het water verwarmt Koper middels een
'biomassakachel', die hij voor dat doel in Duitsland heeft gekocht. "En
we gebruiken verder geen medicijnen of groeimiddelen of zo voor de vissen."
De dieren zijn in vijf maanden tijd 'oogstbaar', maar 'dat zou veel
sneller kunnen', zegt Koper. Meer voeren is sneller groeien is sneller
oogstbaar. Ook de kweekbakken hebben meer capaciteit dan Koper nu benut. "
Maar ik wil kwaliteit. Dat vind ik belangrijker." Samen met 'duurzaam' en
'kleinschalig' en 'streekproduct' is 'kwaliteit' de reden van bestaan van de
kwekerij, vindt hij.
Het fileren vindt nu nog plaats op Urk. De
dieren worden er levend heengebracht. Koper krijgt ze gefileerd terug. Een
deel van de filets gaat de diepvriezer in, vacuüm verpakt en klaar voor een
laatste reis naar restaurants. Een deel gaat de eigen rokerij in, die zich
op het erf bevindt in een kapschuur. Uiteindelijk wil Koper zo veel mogelijk
van het proces, van begin tot eind, in eigen hand hebben.
En de
vis, die is geweldig. "Je kan er alles mee. Van wokken tot op de
barbecue. Het smaakt heerlijk. We eten het zelf zeker twee keer per week.
Dat lijkt een lullig verkooppraatje, maar het is echt zo."


Sorteer reacties













U kon tot 05-05-2009 reageren op dit artikel.