Home / Regio / Herdenking Bloem: stand-up comedy

Herdenking Bloem: stand-up comedy

10 APRIL 2006 - PAASLOO - ‘Het is Bloemweer. U hoeft november er alleen nog bij te denken’, roept Jeltje van Nieuwenhoven opgewekt terwijl de regen met bakken uit de hemel komt. J.C. Bloem is veertig jaar dood en dat is zaterdag herdacht in Paasloo, waar de dichter en zijn ex-vrouw Clara Eggink liggen begraven.
Het is een intieme bijeenkomst met veel prominenten. Het voormalige PvdA-kamerlid Van Nieuwenhoven ziet de herdenking van J.C. Bloem als een welkome ontspanning. Ze stopte onlangs met haar werk als politicus vanwege gezondheidsproblemen. ‘Ik heb te hard gewerkt de laatste jaren. Het kostte me teveel energie. En de poëzie van Bloem gééft me juist energie’, verklaart zij haar komst. Ze is één van de juryleden van de tweejaarlijkse J.C. Bloemprijs. Medejuryleden Jean Pierre Rawie en Ruben van Gogh zijn ook weer van de partij en lezen voor uit eigen werk. Juriste Clara Donker vertelt over haar onlangs verschenen boek ‘J.C. Bloem meester-dichter’. In het boek gaat ze uitgebreid in op een onschuldig zedendelict waarvoor Bloem in 1920 is veroordeeld. Ook zijn homoseksuele geaardheid komt in het boek aan bod. Toch laat Donker beide aspecten in Paasloo helaas onbesproken. Vooraf gaf ze aan: ‘Ik wil het feestje niet bederven.’ Biograaf Bert Scova Righini blikt vooruit op zijn boek over Clara Eggink, dat net bij de uitgever ligt. En Carl König uit Doesburg geeft waardevolle, onbekende informatie over de oorlogsjaren van Bloem in Zutphen. Dichter Jean Pierre Rawie staat garant voor subtiele humor: ‘De overeenkomst tussen Bloem en mij, is dat ons beider werk regelmatig opduikt in rouwadvertenties. Ik heb mijn naam al vaak op een grafsteen zien staan.’

Maar tegen de stand-up comedy van Henk Dolstra uit Oldemarkt kan Rawie niet op. ‘Wat vindt u van mijn jasje?’ Het publiek kijkt reikhalzend naar het enigszins ouderwetse kledingstuk van Dolstra en denkt massaal: ‘Het zal toch niet... van Bloem zijn?’ Dolstra laat een spannende pauze vallen. ‘Het is van Wehkamp... en het gaat maandag weer terug.’ De enigszins kille sfeer ontdooit. Ex-rijschoolhouder Dolstra was al vaker bij de herdenkingen in Paasloo. Hij heeft Clara, de ex-vrouw van Bloem, rijles gegeven. Een van zijn favoriete zinnen: ‘Bloem zat vaak achter in de auto. Hij wist niet of hij voor- of achteruit ging.’ Zijn anekdotes met perfect gevoel voor timing, gaan erin als koek. ‘Clara slaagde met vlag en wimpel maar ze was geen chauffeur.’ Dolstra hoorde later: ‘Bij de verhuizing van haar vriendin Aya Zikken in de hoofdstad, raakte Clara vier auto’s en een Amsterdammertje.’ Dolstra heeft smakelijke herinneringen aan het dichterspaar. Eén van de hoogtepunten noemt hij het ‘onbewaakte moment’ dat Clara een varken wilde kopen van Cornelis Weemstra. ‘Op een platte kar vertrokken de mannen van Paasloo naar Kalenberg: Weemstra, zijn acht zonen en het varken tussen hen in. Op weg naar Clara. Van het varken is nadien nooit meer iets vernomen.’

Dolstra houdt het gastenboek van het veertiende eeuwse kerkje in Paasloo omhoog. ‘Ik ben een beetje beheerder van het kerkhof’, zegt hij en leest een bijzondere ontdekking voor. Dolstra vindt de tekst bijzonder, want ook hij weet dat zoon Wim Bloem niet voor niets uit Nederland is vertrokken. Na zijn enerverende optreden zegt Dolstra: ‘De Stichting zegt dat Wim graag bij de herdenking van zijn vader had willen zijn, maar daar geloof ik niks van. Wim wilde niets meer met Clara en Bloem te maken hebben. Er was te veel gebeurd.’

De wandeltocht naar de bronzen ‘kop’ van Bloem bij het hek van de begraafplaats, wacht Dolstra niet af. ‘Het beeld staat er al weer een tijdje. Toen hebben jongelui een rode kerstmuts op de kop gezet. Die is verwijderd. Het is dus al onthuld.’