Jacob Vis gaat tot de bodem

Auteur: door Marion Groenewoud |   zaterdag 06 maart 2010 | 14:55 | Laatst bijgewerkt op: maandag 08 maart 2010 | 12:18

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

RECENSIE - Ruim 35 jaar streed Jacob Vis als bosbouwer en consultant bij Staatsbosbeheer voor de nodige hervormingen. Als misdaadauteur leidt hij met strakke hand de spanning naar een hoogtepunt. Volgens Vis komt er binnenkort een nieuwe gerechtelijke dwaling in Nederland aan het licht. “In deze zaak zijn duizenden manuren besteed aan het verkeerde spoor. Het dossier rammelt aan alle kanten.”

Hij heeft een bescheiden tuintje achter zijn huis in Kampen. Jarenlang was het natuurgebied Oostelijk Flevoland zijn domein. „Het beloofde land”, noemt Jacob Vis dat uitgestrekte gebied. „De bodem is er fantastisch, van zand tot lichte zavel. Vochtig en voedselrijk.” Vanaf eind jaren zeventig plantte hij een tweede generatie duurzame bos. „Zo ontstaat hier langzamerhand een majestueus bos: het donkere bomenbos van Tom Poes. Maar dat duurt nog even, over 50 of 100 jaar. Dan ben ik allang dood.” De misdaadauteur en voormalig bosbouwer noemt Flevoland het best bewaarde geheim van Nederland. „Weinig mensen weten hoe mooi het is. De groei is hier zo snel gegaan. De bomen spuiten de grond uit.” Zijn favoriet is de eik. „De langst levende boomsoort, een enorme drager van het bos met een rijke biotoop. Hij biedt leven, niet alleen aan zichzelf maar aan het hele bos.”


Een deel van ‘zijn’ Flevobos, het Reve-Abbertbos, is een bekende homo-ontmoetingsplek. Dat wist Vis allang. „We hebben er destijds alles aan gedaan de prostitutie en nare bijverschijnselen terug te dringen.” Toen kon hij niet vermoeden dat de plek op een andere manier een rol zou gaan spelen in zijn leven. In 2004 werd Vis namelijk gevraagd een bodemanalyse te maken van deze ‘plaats delict’. Het verzoek kwam van de advocaat van Henk H. uit Bennekom. De tot 20 jaar veroordeelde man zou de Apeldoorner Pim Overzier levend in het Reve-Abbertbos hebben begraven. Vis had al snel twijfels over de interpretatie van de grondsoort en ook de technische uitvoerbaarheid van de moord leek hem compleet onwaarschijnlijk. Advocaat Knoops vroeg begin 2008 om een reconstructie van deze afgesloten strafzaak waaraan Henk H. zelf mocht meewerken. Een unicum in onze rechtsstaat.


De reconstructie toonde onomstotelijk aan dat de tengere Henk H. van nauwelijks 1.75 meter nooit in zijn eentje een lange zware kerel als Overzier zou kunnen overweldigen op die moeilijk begaanbare plek en ook nog levend zou kunnen begraven. De dode lag er bovendien keurig bij, hij was met zorg neergelegd. En er werd geen korrel zand in zijn luchtwegen aangetroffen. Vis kent de grondsoort goed. „Het is geen pure kleigrond zoals de officier van justitie aannam. Wanneer je de schop erin zet, komt er veel los zand vrij. Iemand die levend wordt begraven, krijgt aarde binnen.” In zijn boek Het Rijk van de Bok is de hele zaak uitvoerig te lezen. Volgens Vis is de 37-jarige Overzier een natuurlijke dood gestorven op een homo-ontmoetingsplek en werd hij vervolgens begraven in het ‘homobos’ bij Dronten. De familie van het slachtoffer ontkent elke verklaring in die richting. „In twee anonieme brieven wordt zijn dubbelleven uitvoerig beschreven. En ik vind het onbegrijpelijk dat justitie dit niet tot de bodem heeft uitgezocht”, verzucht Vis. Niet alleen hij maar ook politie- en geheugendeskundigen als Willem Wagenaar en Peter van Koppen hebben zich met deze zaak bemoeid. Sinds vorig jaar onderzoekt de CEAS (Commissie Evaluatie Afgeronde Strafzaken) deze mogelijke ‘gerechtelijke dwaling’. „De evaluatie wordt dit voorjaar afgerond. Ik bel af en toe maar ze zijn niet erg mededeelzaam”, vertelt Vis. „Het is een loden klus. Mijn boek over de zaak staat als een huis. Het bevat mijn interpretatie van de feiten, niets is geromantiseerd. Ik hoop dat de waarheid snel boven tafel komt. In deze zaak zijn duizenden manuren besteed aan het verkeerde spoor.”


Wat gebeurt er als een misdaadauteur de rol van aanklager krijgt in een echte misdaad? Op internet bestempelt een enkeling hem als ‘fantast’. Vis benadrukt dat hij niet als misdaadauteur maar in eerste instantie als bosbouwer betrokken raakte bij de zaak. „Ik word met veel argwaan bekeken maar heb nog geen enkel inhoudelijk tegenargument gehoord.” Hij heeft wel het gevoel dat hij serieus wordt genomen in zijn verweer. „De CEAS is hier een jaar fulltime mee bezig. Ik sta niet alleen in mijn roep om herziening en bevind me in goed gezelschap.” Vis is inmiddels rustiger maar was geagiteerd over de gaten in het dossier. „De aanklagers, Wemes en De Haas, hebben bewust naar een veroordeling gewerkt en daaraan alles ondergeschikt gemaakt.”


De misdaadauteur zocht zo min mogelijk de publiciteit. „Ik wilde niet, zoals Maurice de Hond, afgeschilderd worden als een fanatiekeling. De media had ik enkel nodig om een anonieme getuige op te sporen. De reconstructie heeft veel positiefs opgeleverd. Hiermee is gelukkig al een objectief oordeel geveld.” Hij heeft nog wekelijks contact met de veroordeelde, de inmiddels 65-jarige Henk H. die sinds 2002 zijn gevangenisstraf uitzit in Zutphen. „We telefoneren en praten een uurtje”, vertelt Vis. „We hebben geen vriendschapsband maar er is na al die jaren natuurlijk wel sprake van een vertrouwensrelatie. De man is hoopvol en onderzoekt zijn zaak voortdurend. Daarnaast studeert hij theologie.” Vis gelooft in de onschuld van Henk H. „Deze voormalig maatschappelijk werker en wijnhandelaar is welbespraakt maar ook zeer betweterig. Hij heeft enorm lopen zaniken over Het Rijk van de Bok. Kleine, onbelangrijke dingen. Houd op, heb ik hem gezegd. Het is jouw zaak en mijn boek.” Vis voelt zich geen persoonlijk pleitbezorger van Henk H. „Ieder ander die op deze wankele gronden vastzit, moet geholpen worden. Deze zaak is op mijn pad gekomen en rammelt aan alle kanten. Ik kan domweg niet anders.”


Vis is gewend aan weerstand. Zijn werkzaamheden bij Staatsbosbeheer in de Weerribben, halverwege de jaren tachtig, duurden een half jaar maar voor zijn gevoel was het veel langer. „Een zware opdracht. Ze zochten iemand met haar op de tanden om de problemen op te lossen. Dat was ik. De rietlanden waren oorlogsgebied”, zegt hij zonder spot. Over deze periode schreef hij tien jaar later zijn boek Wetland. Mensen van Staatsbosbeheer werden ten onrechte van fraude beschuldigd door de inmiddels overleden riethandelaar Gerbrand Dolstra. Vis bracht de boel in kaart en toonde aan dat er geen geld was verdwenen. Hij werd zelfs bedreigd. „Iemand waarschuwde me dat ik beter een andere weg naar huis kon nemen omdat ze me op stonden te wachten. Het waren regelrechte maffiapraktijken.” Na ruim een half jaar had hij de boel op orde. „Er was weer sprake van een normaal Staatsbosbeheerbedrijf waar de vijftig werknemers aan het werk konden.” Ook als consultant bij Staatsbosbeheer stuitte Vis op het nodige verzet. Hij voerde grote veranderingen door. De organisatie moest zelfstandig en commerciëler worden. De verkoop van hout kwam eind jaren negentig in eigen beheer. „Voorheen voerden de aannemers en houthandelaren de regie. Wij hadden nauwelijks invloed op de prijzen. Ik heb flink moeten strijden en kreeg veel boze reacties. Pure intimidatie, verbaal geweld. Ik zou de houthandelaren het brood uit de mond stoten.” Hij noemt zichzelf strijdbaar en vasthoudend. „Ik ben niet snel bang en bereik graag mijn doel. Hiermee heb ik Staatsbosbeheer soms in een lastig parket gebracht. Maar ik denk dat ik vooral de juiste koers heb gevaren. Ik ben behoorlijk zakelijk, dat had Staatsbosbeheer nodig. Die eigenschap heb ik van mijn vader, hij was fabrieksdirecteur.”


Aan de muur in zijn werkruimte hangt een sepia foto van ‘Tandem’, een landhuis op Deli, Sumatra. „Daar is mijn moeder geboren”, zegt Vis die een kwart Indisch bloed heeft. „Mijn grootvader was tabaksplanter.” Het boek dat hij hierover gaat schrijven zit al 15 jaar in zijn hoofd. „Het speelt zich af in 1904. De tijd van de poenale acties, verkapte slavernij. Ik heb genoeg materiaal: brieven, foto’s en documenten. Mijn grootvader was een gedreven ondernemer. Hij kwam in 1929 naar Nederland en stierf toen ik een jongen van 14 jaar was. Ik weet niet of hij schuldig was aan lijfstraffen. Op zijn plantage had hij een eigen ziekenboegje en ik weet dat hij een assistent van hem heeft ontslagen die een meisje zou hebben misbruikt. Ik vraag me af wat ik zelf had gedaan in zijn positie. Ik was ook een ambitieuze plantagehouder geweest die streefde naar een gezond bedrijf. Dan zou ik ook koelies in dienst hebben gehad. Het was een andere tijd.”


Vis schreef al 14 misdaadromans. Hiervoor kreeg hij vijf nominaties voor de beste misdaadroman van het jaar. Zijn onlangs verschenen thriller, ‘De Erfgename’, is het tweede deel in een drieluik dat zich afspeelt op Morren. De Kamper schrijver ontleende deze naam aan een klein landgoedje bij Oldebroek. „Ik heb het in mijn fantasie groter gemaakt. Maar de grafkelder en de eikenbomen bestaan echt.” Zijn thrillers bevatten naast spanning veel erotiek. Hij verplaatst zich gemakkelijk in een jonge vrouw die door een jeugdbende wordt verkracht. En beschrijft de heimelijke liefde in het hart van een oude vrouw. De dames van Vis zijn veelal sluw, koel en materialistisch. „Slechtheid is bij een vrouw vaak meer bedekt. Dat kan ik goed gebruiken”, lacht hij geamuseerd. De schrijver voelt zich zeker ook verwant met de sympathieke hoffelijke hoofdpersoon, commissaris Ben van Arkel. „Hij is niet enkel aardig. Ik vind hem ook een beetje nors en heel direct. De ideale man? Ja, veel vrouwen vallen op hem. Hij zou nooit een vrouw kwetsen. Ik ook niet. Mijn seksuele driften kan ik, net als Van Arkel, goed beheersen.” Op dit moment werkt Vis aan een scenario op basis van Het Rijk van de Bok. Eerder zou zijn thriller Wetland verfilmd worden maar het script werd afgewezen door het Filmfonds. „De zaak Overzier is een gecompliceerd, bizar verhaal. Het is niet de eerste keer dat iemand wordt veroordeeld voor een moord die hij niet beging. Bij mijn weten is het echter nooit eerder voorgekomen dat iemand achter de tralies belandt voor een moord die niemand beging”, benadrukt Vis. „Ik hoop dat dit boek het filmdoek haalt. Als schrijver kun je een dergelijk verhaal niet verzinnen. De werkelijkheid is te toevallig en barst van de ongerijmdheden.”

Jacob Vis: De Erfgename, Uitgeverij Ellessy. www.jacobvis.nl

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Jacob Vis gaat door de bodem van zijn eigen fantasie. Allerlei vage brieven komen op tafel, die niets toevoegen en als bewijs ondeugdelijk zijn. Maar het levert publiciteit op, dat is ook wat waard.
Voor de aangetoonde feiten heeft ook Jacob Vis geen afdoende verklaring. Op de dag van de verdwijning is de auto van verdachte door een derde los getrokken bij de vindplaats in Dronten. In deze auto zijn later bloedsporen van het slachtoffer gevonden. Bij het tuingereedschap is een schop gevonden met klei, verdachte woonde op zandgrond. Voor al deze feiten had verdachte de meest wonderlijke verklaringen, die ook allemaal naar het rijk der fabelen verwezen zijn. Mooie praatjes ter meerdere eer en glorie van Jacob Vis, maar niemand die er iets mee opschiet.
Louwrens - 02-04-2010 | 17:06
Lees vooral de thrillers van Jacob Vis; superspannend!!
Höllenboer - 08-03-2010 | 12:18
Ga door Jacob. Ik heb je boek gelezen. Henk H. verdient een eerlijk proces!
Socciebon - 07-03-2010 | 13:21
2. Reacties moeten kort en bondig zijn (maximaal 500 tekens).

Wat is het verschil?
LWH - 06-03-2010 | 16:47

U kon tot 07-04-2010 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

Volg op Twitter