Zo moet het veldje naast de Broederbroeksweg er volgend jaar zomer zo'n beetje uit komen te zien. impressie Eibe speeltoestellen Zoetermeer
Ravotten in de modder, hutten bouwen, of kruipen en sluipen door het bos. De hagelnieuwe werkgroep Natuurspeelpaats Kampen ziet het al helemaal voor zich.
Goed nieuws voor kinderen en wasmiddelfabrikanten: de natuurspeelplaats in Kampen komt eraan. Als het aan de hagelnieuwe werkgroep ligt, kan de jeugd zich al vanaf de zomer volgend jaar 'lekker ongedwongen vies maken' op het veldje van de voormalige Enkschool tegenover kinderboerderij Cantecleer. "We hebben bepaald niet stilgezeten sinds de raad januari dit jaar de komst van de speelplaats goedkeurde", glunderen Hanjo IJkhout en Riki van Dorp, onderdeel van de zeskoppige werkgroep. Op tafel ligt een uitgewerkte offerte van speeltoestellenspecialist Eibe uit Zoetermeer. "Dit gaat 'm worden", zegt Van Dorp, terwijl ze haar vinger over de tekeningen laat glijden. "Deze waterspeelplaats wordt het hart. Het is een soort beek met allerlei vertakkingen om in te ravotten." De kinderen kunnen er met modder en zand spelen, dammen bouwen of wat er maar in hen opkomt. De ruimte die na de aanleg van de waterpartij nog overschiet, is verdeeld in vijf 'partjes': een bloemen- en kruidentuin, het boomhut- en palenbos, het kruipdoor-sluipdoorbos, het amphitheater en een 'natuurlijk balanceren en klimmenzone'.
"We beginnen met de aanleg van de waterspeelplaats. De rest volgt in de loop van de tijd en is vooral afhankelijk van de financiën", legt IJkhout uit. "De bloemen- en kruidentuin kunnen we zelf wel aanleggen, maar voor de andere zones zoeken we sponsoren en schrijven we fondsen aan. Het zou dus zomaar kunnen dat het een jaar of vijf duurt voor de speelplaats helemaal klaar is. Tja, je moet toch ergens beginnen."
"Eigenlijk triest dat zoiets nodig is", geeft Van Dorp toe. Ze lepelt het bekende verhaal van spelcomputers en te drukke ouders op. "Vroeger stoeiden kinderen zelf wel in de natuur of namen pa en ma ze mee naar het bos. Tegenwoordig hebben ze een duwtje in de rug nodig." Is het dan werkelijk zo erg dat kinderen niet of nauwelijks meer in de natuur ravotten? "Ja, dat is erg", zegt Van Dorp ferm. "Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kinderen die in hun jeugd wel 'grenzeloos' kunnen spelen zich simpelweg beter ontwikkelen dan kinderen die alleen maar achter de computer hebben gezeten."
IJkhout en Van Dorp weten zelf ook wel dat de speelplaats in feite een surrogaat is voor de natuur waarin ze zelf in hun jonge jaren speelden. Desondanks is er volgens Hanjo IJkhout wel degelijk een significant verschil met een 'gewone' speelplaats. "Daar staat alles vast. Op een wipkip kun je wat heen en weer jojo-en, de glijbaan is om te glijden en de schommel om te schommelen. In de natuurspeelplaats is juist ruimte voor fantasie, voor het zelf ontdekken. De sprong over het water die mis kan gaan, het zand dat schuurt in de broek. De regen, de zon, de wind en de modder."
IJkhout hekelt tegelijkertijd de moderne mores dat alles veilig en superverantwoord moet zijn. "Uiteraard zijn de toestellen in de natuurspeelplaats goedgekeurd en in die zin 'veilig'. Bovendien zal er te allen tijde toezicht zijn. Maar het is heus niet erg als kinderen eens een schrammetje oplopen."
Van Dorp valt bij: "Ieder kind heeft het recht om eens in zijn leven uit een boom te vallen".


Sorteer reacties














