Het immense orgel, gebouwd door de orgelmakers van Kaat & Tijhuis in Kampen, is bijna klaar. Het is het enige en hoogstwaarschijnlijk ook het laatste nieuwe orgel dat wordt gebouwd in Nederland. foto Suzanne Breman
Het imponerende muziekinstrument wordt gemaakt in opdracht van het bestuur van een kerk in Krabbendijke (Zeeland). "Maar toch is en blijft het 'ons' orgel, onze hele ziel en zaligheid zit erin", vertelt directeur/eigenaar Menno Kaat. "Dat het hier straks weggaat, vinden we eigenlijk verschrikkelijk."
Met tien man sterk, inclusief hijzelf, wordt al zo'n anderhalf jaar gewerkt aan het orgel. Het 'gevaarte' meet in z'n geheel vanaf de ballustrade aan de onderkant tot de top zo'n 7,5 meter, is vijf meter breed en weegt maar liefst negen ton.
"We bouwen het orgel hier op en straks halen we het weer uit elkaar. In hapklare brokken, zodat het door een deur past. Dat is wel zo praktisch, ook met vervoer." Vervolgens wordt het orgel in Krabbendijke weer in elkaar gezet. Daarna is een intonateur samen met een assistent nog zeker een week of vijf bezig om alle 1750(!) pijpen te plaatsen en ze stuk voor stuk de juiste klank te geven. Een specialistenklusje dat een subliem gehoor vergt. "Met name in de hoge frequenties."
Dit orgel is het enige en wellicht zelfs laatste exemplaar in Nederland wat geheel nieuw wordt gebouwd. "Er gaan steeds minder mensen naar de kerk, tussen nu en tien jaar sluiten naar schatting elfhonderd kerken de deuren. Dus de markt wordt steeds kleiner." Ondanks dat het van oorsprong geen christelijk instrument is, hoewel zo ongeveer iedereen ze onlosmakelijk met elkaar verbindt. "Het allereerste orgel was de panfluit en die ontstond al meer dan duizend jaar voor Christus. Van daaruit is het principe doorontwikkeld, tot het huidige orgel."
Het model van het orgel dat in de orgelmakerswerkplaats aan de Neringstraat verrijst is klassiek. "We hebben orgels uit de tweede helft van de 19e eeuw van orgelbouwer Van Dam uit Leeuwarden als voorbeeld genomen, rijkelijk versierd met houtsnijwerk en bladgoud. De kast zelf is gebroken wit. Een plaatje", wijst hij op de metershoge orgelkas - zonder 't' - die de werkplaats domineert. "Net als een oogkas is het een omhulsel, dat zorgt voor resonantie én de techniek beschermt, de 'edele delen' van het orgel."
Want uiteindelijk is het niet het uiterlijk, maar de klank die telt. Daarvoor zorgt het pijpwerk, aangedreven door een mechanisme van honderden houten hefboompjes en draadjes die in de 'cockpit' vanaf de twee klavieren en een pedaal lopen. Dat is houtbewerking op de tiende van de milimeter, want nergens mag er iets aanlopen. "Wij bouwen orgels zoals dat tweehonderd jaar geleden ook gebeurde. Die techniek is min of meer uitontwikkeld. Daar valt niet echt meer wat aan te verbeteren."


Sorteer reacties
















U kon tot 18-11-2011 reageren op dit artikel.