Een feestje in de Talmastraat in Zutphen was aardig uit de hand gelopen op 22 augustus 2010. Een jongen werd op straat in elkaar geslagen door een paar andere jongens. K. (21) bekende bij de politie dat hij een paar fikse klappen had uitgedeeld. A. (22) zei dat hij er niets mee te maken had en hield dat vol tegenover de rechter. Hij was toevallig ter plaatse om zijn broertje op te halen, zei hij. Ook had hij naar eigen zeggen nog geprobeerd om de vechtersbazen uit elkaar te halen.
Een buurman bemoeide zich ook met de vechtersbazen. Eerst zei hij iets over het lawaai dat zij maakten, want het liep al tegen middernacht. Daarna sprong hij tussen de vechtersbazen. Ook hij kreeg een paar flinke oplawaaien te verduren. Zijn vrouw schoot op haar beurt haar man te hulp en had meteen ook een tik te pakken.
De verklaringen van de verschillende betrokkenen waren onduidelijk over wie er geweld hadden gepleegd. Bovendien ontkende A. "Ik heb helemaal niemand geslagen of geschopt.'' Daarom gaf de rechter hem het voordeel van de twijfel en werd hij vrijgesproken. A. ontliep daarmee de tachtig uur werkstraf en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf, die de officier van justitie tegen hem had geëist.
Voor K. vond de officier van justitie drie maanden gevangenisstraf een gepaste straf. Deze strafeis viel hoger uit, omdat K. een dikker strafblad met veel geweld heeft dan A.. De Zutphenaar is slechts een keer eerder veroordeeld voor openlijke geweldpleging. K. verscheen niet op de zitting.



Sorteer reacties
















U kon tot 07-03-2012 reageren op dit artikel.