Postcommandant Henk Luesink heeft na 33 jaar afscheid genomen van de brandweer in Barchem. foto Jan Houwers
BARCHEM - Toen zondag zijn pieper afging, zat de Barchemer Henk Luesink niet in Amsterdam of Parijs. Hij was gewoon thuis. Daar had zijn vrouw wel voor gezorgd. Een ondergelopen kelder, was de eerste melding. Hij naar de brandweerkazerne in de Van Damlaan, waar hij enige tijd de enige bleef.
Zie ook:
Toen daagde het besef dat zijn collega-brandweerlieden het een en ander op
touw hadden gezet. Eerst moest hij een nepbrand blussen, daarna kreeg hij
vanuit een hoogwerker een fraai uitzicht over Barchem aangeboden en
vervolgens kreeg hij van zijn collega's een receptie aangeboden.
Na 33 jaar bij de Barchemse brandweer te hebben gediend, waarvan tien jaar als
postcommandant, vindt Luesink het mooi geweest. Hij maakt graag van de
mogelijkheid gebruik om op 55-jarige leeftijd bij de brandweer te stoppen.
Een aanvechting om er nog wat jaren aan vast te knopen, heeft hij niet
gevoeld.
Na zoveel jaren van branden blussen, omgewaaide bomen van de weg halen en
mensen uit een auto bevrijden, hoef je je als brandweerman niet schuldig te
voelen over je vertrek.
Bovendien vindt hij het ook goed plaats te maken voor een jongere
postcommandant. Hij ziet in de 40-jarige Bert Nijenhuis iemand, die ervaren
genoeg is om het stokje van hem over te nemen.
Luesink kan met een gerust gevoel weggaan. De brandweer huist in een
'prachtige kazerne', die er zo'n drieëneenhalf jaar staat. "Met de
voormalige brandweercommandant Henk-Jan Bouwhuis heb ik de bouw ervan
begeleid."
Waar korpsen, zoals dat in Lochem, kampen met een tekort aan brandweerlieden,
heeft de post in Barchem geen klagen. Met dertien vrijwilligers, onder wie
twee vrouwen, zit het korps op sterkte. "Zes mensen om met de
tankautospuit uit te rukken; en dan houden we nog zoveel brandweerlieden
over."
Als postcommandant denkt hij onder meer terug aan die keer dat hij een rooster
wilde maken voor de inzet met de kerstdagen en oud en nieuw. Dat leidde
volgens hem nogal tot discussie binnen het korps. Gezellige dagen, waarop
brandweerlieden beschikbaar moeten zijn om in actie te komen, dat wringt.
"We hebben niet veel uitrukken met die dagen, maar als ze er zijn, wilde
ik de zekerheid hebben dat er voldoende brandweerlieden zijn." Het
rooster is er gekomen. Normaliter ontvangen bij een melding alle
brandweerlieden van het korps in Barchem 'een piep'. In de kazerne bekijken
ze dan hoeveel er zijn komen opdagen en wie weer rechtsomkeert kan maken.
Gemiddeld rukt de Barchemse brandweer zo'n dertig keer per jaar uit.
Wat in al die jaren het meest indruk op hem heeft gemaakt, is onder meer een
autobrand, nabij het landgoed Beekvliet.
"De buurt had gebeld over een autobrand. We gaan daar blussen, blijkt er
nog een persoon in de auto te zitten. Dat wisten we niet. Ging om
zelfdoding. Dan schrik je wel even."


















U kon tot 15-04-2010 reageren op dit artikel.