Uit het digitale Afrikaanse fotoalbum van Els Labberton en Eric Hoogland. Samen met hun chauffeur poseren ze voor de fotograaf in Burkina Faso. Al dertig jaar woont het echtpaar in verschillende landen op het Afrikaanse continent. eigen foto's
GROETENUIT Een e-mail naar Burundi. Zou je denken. Vragen opgesteld over het leven daar, en elders in Afrika – want Els Labberton en Eric Hoogland meldden zelf per e-mail dat ze al drie decennia in diverse landen op dat continent wonen en werken.
Hopen dat een van de twee in het stadje Kirundo achter de computer zit én dat de elektriciteit het doet – dat is daar bepaald niet zo vanzelfsprekend als hier, zou Labberton later vertellen.
Het bleek een e-mail van Zutphen naar... Zutphen. Geen 6.500, maar één kilometer verderop. Diezelfde ochtend stond Labberton bij de balie van de Stentor. Ze was even 'thuis' – een relatief begrip voor het zeer bereisde echtpaar. Toch is het van toepassing, Labberton legt uit dat Zutphen voor de twee als thuishaven voelt. Haar man, geboren in Singapore, ging in Zutphen naar school en bleef zich altijd verbonden voelen met de IJsselstad. Eenmaal getrouwd gingen hij en Els er weer wonen.
Labberton: "We zijn graag in Afrika en het leven daar, heeft veel mooie kanten. Toch wil je af en toe ook weer terug naar Nederland. Kijk, als je hier iets afspreekt, dan wéét je dat het gebeurt en wanneer het gebeurt. Daar gebeurt het ook wel, meestal, maar je hebt véél geduld nodig."
De twee verblijven steeds zo'n drie jaar ergens in Afrika (maar ook in Bhutan, Azië). Hoogland is momenteel eveneens thuis: thuis in Kirundo, woonoord sinds november 2009. We krijgen de groeten uit een klein Afrikaans land dat zwaar heeft geleden door oorlogen en genocide en waar het wantrouwen tussen de mensen volop merkbaar is. Labberton: "Maar het is tegelijkertijd een prachtig land, waar massatoerisme nog geen vat op heeft en waar je kunt toewerken naar vormen van ecotoerisme; daar ga ik me de komende tijd mee bezighouden. Vanuit Kirundo kan het zeker. Alleen al dat mooie meer vlakbij..."
"Ik nodig mensen uit Zutphen en omgeving uit om ideeën uit te werken. Vogelaars, schilders, wandelaars... (Reacties: hooglab@gmail. com). "Leeuwen en giraffen hebben we er niet, ook geen gorilla's zoals in buurland Rwanda, maar wel krokodillen en nijlpaarden. En veel vogels: Je vaart met je boot het meer op en de kleuren komen je tegemoet."
Waar zijn vrouw zich al die Afrikaanse jaren voornamelijk op onderwijsgebied heeft ingezet – ze stond op diverse plekken voor de klas – zijn landbouwzaken Hooglands specialiteit. Wat hem in Burundi van het hart moet – hij laat het per e-mail weten: "Grote hulporganisaties zijn hier te lang doorgegaan en gaan nóg door, waardoor het initiatief bij de mensen wordt uitgedoofd."
Van kleinschalige hulp zal het moeten komen, maar het gaat langzaam. Labberton heeft al wel ontdekt dat er bij de bewoners belangstelling is voor het opzetten van moestuin "zodat de mensen niet alléén bonen hoeven te eten".
Ze wonen idyllisch, maar met bewakers voor de deur. Standaard maatregel van de ontwikkelingswerkorganisatie. "Vooral niet vragen of de bewakers Hutu of Tutsi zijn. Sowieso moet je in Burundi niet te veel vragen stellen."
De verslaggever pent zijn aantekenboek vrijwel vol, zo veel interessants heeft Labberton te vertellen. Aan minder fijne, maar zeker ook aan vrolijke gebeurtenissen. Dat moet dan nog maar eens een boek worden – zit er best in, want na beëindiging van hun vorige job, in Burkina Faso, maakten de twee een reis door West- en Noord-Afrika, waarover Labberton per blog berichtte. En ze heeft in Ouagadougou (hoofdstad van dat land) voor een wellness-tijdschrift columns geschreven.
"Toen ons werk in Burkina Faso erop zat, dachten we echt dat het onze laatste opdracht was. Je bent afhankelijk van de hulporganisatie, die moet je ergens heensturen. Mijn man solliciteert dan op iets wat hem boeiend lijkt, wordt soms afgewezen en krijgt aan het eind van een gesprek te horen: Maar we hebben wel wat voor u in... En dan gaan we dus naar een heel ander land dan waar we de vorige dag in gedachten nog waren." Ze is eraan gewend, maar wordt er wel eens vreemd op aangekeken. Hebben jullie al een huis? Eh, nee. En hoe moet dat met de spullen? Eh... dat zien we wel."
Burkina Faso bleek niet de laatste opdracht. Plotseling was daar Burundi. Alweer een ander thuis.
"We wonen daar weer zoals in de begintijd, in Tanzania, in de bergen." Klinkt aanlokkelijk, voor als je op vakantie gaat. "Maar op vakantie naar Afrika, dat zou ik nu niet meer kunnen." Daarvoor zit Afrika te diep...
"Mijn man had tropische plantenteelt gestudeerd, dus het zat erin dat hij zijn kennis in praktijk wilde brengen. Ik was niet zo reislustig als hij, maar ik ging mee. Hij vond mij lief, maar het was duidelijk dat het uit zou zijn als ik hem niet zou volgen." Spijt heeft ze er nooit van gehad, behalve misschien tijdens de eerste opdracht, de zwaarste van allemaal. Dat was in Tanzania, in een kamp waar ANC'ers uit Zuid-Afrika (ten tijde van de Apartheid) leerden hoe het was om met blanken samen te wonen. "Dus inderdaad, echt met een groep samenwonen in één huis. Het bleek uiteindelijk niet vol te houden. We zijn gevlucht." De bergen in, waar aan ander project wachtte. "Zo primitief als daar hebben we later nooit meer gewoond. Toiletten waren er bijvoorbeeld gewoon niet..." Er kwam nog een niet onbelangrijk gegeven bij, Els was zwanger, van zoon Hans. Die is in Nederland ter wereld gekomen. "De arts daar durfde de verantwoordelijkheid niet aan. Vooral omdat het een drieling, of toch zeker een tweeling zou worden." Bleek niets van waar, Hans was in zijn eentje.
Een paar bladzijden in het aantekenboek overslaan. Naar Guinee Bissau. Waar Labberton een deels Nederlandse crew moest begeleiden voor de opnamen van de film. Dat verhaal is een boek op zich. Met een dramatisch einde. Toen haar klus erop zat, bleef haar man achter. En maakte een staatsgreep mee. Hij vluchtte op een schip, waar hij 24 uur achtereen rechtop moest blijven staan...
Doorbladerend stuitten we op de aantekening over een Nomadisch volk, de Peul, die in Burkina Faso een soort dorp hadden gesticht. "Wij hebben het voor elkaar gekregen dat er een waterpomp is geplaatst bij de plek waar een school zou worden gebouwd. Dat ging niet van vandaag op morgen. Uiteindelijk kwam de pomp pal naast het huis van de chief. Niet geheel volgens de planning... Daar is toen ook maar de school gebouwd."
Bij de officiële ingebruikname was het feest. Labberton vertelt dat ze een vrouw uit het dorp een blikje fanta overhandigde. "De vrouw schrok zich dood. Het kwam rechtstreeks uit de koelkast. Zoiets kouds had ze nog nooit in handen gehad."
- zie vorige afleveringen www.destentor.nl


















U kon tot 02-09-2010 reageren op dit artikel.