Salomons behandelt deze ochtend knuffeldieren van leerlingen uit de klassen 3, 4,5 en 6. Nadat alle knuffels zijn voorzien van een chip met een uniek nummer, worden de formulieren gestuurd naar de stichting Nederlandse Databank van Gezelschapsdieren (NDG).
‘Wanneer een van jullie je knuffel verliest en iemand vindt hem weer, dan krijg je hem met behulp van de chip weer terug’, vertelt Salomons aan de klas.
De dierenarts gaat op verzoek scholen af om kort college te geven over het belang van identificatie van huisdieren. Het knuffelchippen is een aardige toegift.
Jaarlijks kwijnen duizenden honden en katten weg in het asiel, doordat de eigenaar nooit wordt opgespoord. Plaatsing van een chip maakt de kans op hereniging met het baasje een stuk groter. Nu staat slechts één op de vijf huisdieren geregistreerd bij de NDG. Met acties in de ‘Maand van het Chippen’ wil de stichting dit aantal vergroten. Eén van die acties is het chippen van knuffeldieren.
Salomons heeft geen moment rust: de circa honderd kinderen gaven massaal gehoor aan de oproep knuffels mee te nemen.
Alleen Oscar snapt niet waar zijn klasgenoten zich druk over maken. Zijn zwartwit gestipte beer ligt thuis, op bed. ‘Zo raak ik hem nooit kwijt’, stelt hij genoegzaam vast.



















U kon tot 09-11-2006 reageren op dit artikel.