Lonneke teKamp (25) kreeg op haar twintigste borstkanker. Nu zijn er uitzaaiingen en heeft ze niet lang meer te leven. Desondanks zette ze een eigen bedrijf op, waarmee ze houten urnen van Gambianen levert aan uitvaartcentra. Op de foto showt ze twee van de urnen. "Ik wil ook mijn eigen urn ontwerpen." foto Niels Leusink
Zie ook:
In januari van dit jaar hoort ze dat de kanker, ondanks vele behandelingen, uitgezaaid is. Ze zal er binnen afzienbare tijd aan overlijden.
Lonneke woont bij haar moeder in Ruurlo. Dat ze ernstig ziek is, zie je niet aan haar. Ze is opgewekt, positief, energiek en vertelt honderduit over haar ziekte, haar bedrijfje in Gambiaanse houten urnen en de liefde die ze geeft en ontvangt. Vanaf het begin is het duidelijk: hier zit een vrouw die wil genieten van elke minuut die haar nog gegeven is.
Haar strijd tegen kanker begint in het voorjaar van 2003. "Het allermoeilijkste is dan om het je omgeving te vertellen", legt ze uit. "Je leeft een aantal weken in een soort roes. Maar dan komt er een oerkracht vanuit je tenen naar boven. Een vechtlust, want je wilt nog doorleven. Een mens is tien keer sterker dan hij of zij kan vermoeden", stelt ze.
Er volgt een operatie met borstamputatie en directe reconstructie in de Daniël den Hoed-kliniek in Rotterdam. Toch kan ze haar eigen leed relativeren, hoe jong en ziek ze ook is. "In die kliniek liggen jonge kindertjes met een kaal hoofd. Dat is nog vele malen erger. Ik heb tenminste nog een jeugd gehad, waarin ik dingen heb kunnen doen die God verboden heeft."
Er volgt na de operatie ook nog een zware chemokuur, met haarverlies als gevolg. "Dat is heel heavy. Ik heb een beste bos krullen, dus ik kreeg veel last van haarpijnen. Toen heb ik mijn hoofd kaal laten scheren. Op dat moment word je voor de buitenwereld herkenbaar kankerpatiënt."
Maar Lonneke gaat niet bij de pakken neer zitten. "Ik ging me in die periode vaak optutten. Ik heb nog steeds de mooie blauwe ogen van papa, dus die liet ik met wat oogschaduw goed naar voren komen."
Na de laatste chemobehandeling, vraagt Lonnekes vriend haar ten huwelijk. Ze trouwen, maar blijven niet lang in de echt verbonden. "De relatie was niet bestand tegen kanker. Desondanks is mijn trouwdag de mooiste dag van mijn leven geweest. We voelen nog steeds liefde voor elkaar en hebben nog goed contact. Ik ben blij dat ik zoveel liefde heb mogen ervaren. Van hem, maar ook van vrienden en mijn moeder."
Lonneke heeft een jaar nodig om bij te komen van de zware behandeling. De kanker lijkt verdwenen. Maar in 2005 steekt de ziekte toch de kop weer op. Ze wordt opnieuw behandeld, dit keer met bestraling. "Dat is fysiek beter te doen dan chemokuren, maar mentaal kreeg ik een zware klap. De kanker was terug, ondanks de chemo, de amputatie en medicijnen. Toen besefte ik dat het vaker terug kon komen. Dat ik de ziekte misschien niet zou overleven. Ik belandde in een depressie en had het heel moeilijk." In die tijd maakt ze kennis met het West-Afrikaanse land Gambia. Daar komt haar relativeringsvermogen opnieuw om de hoek kijken. "De bevolking heeft daar weinig, maar ze hebben elkaar. Als ik een zak rijst meeneem, delen ze die met de buren. Ze trekken elkaar erdoorheen. Dat besef heeft me veel energie en kracht gegeven."
Ze constateert dat de Gambianen erg goed zijn in het bewerken van hout. Dat brengt haar op een idee. "Ik ben een natuurfreak. Ik ben me gaan richten op houten urnen, daarbij ook ingegeven door mijn ziekte. Van bronzen of roestvrij stalen urnen straalt het machinale af. Een houten urn neemt je lichaamswarmte aan, maakt het moment met de overledene persoonlijker."
In februari van dit jaar start ze zelfs een eigen bedrijf, Return, dat houten urnen van Gambiaanse makelij levert aan uitvaartcentra. "Ik ga ook mijn eigen urn ontwerpen", verklaart ze.
Lonneke is vier dagen per week druk met het bedrijf. Daarnaast past ze twee dagen in de week op twee meisjes van een en drie jaar. "Echte vriendinnen", glundert Lonneke. "Daar ga ik lachend heen en kom ik stralend vandaan. Ik ben de ouders echt dankbaar dat ik mag genieten van hun kinderen."
Begin 2008 krijgt Lonneke te horen dat ze niet meer zal genezen van haar ziekte. De doktoren zorgen dat ze nog goed door kan leven, voor zolang als haar nog gegeven is. "Ik kijk erg op tegen het moment van afscheid nemen", bekent ze. "Maar ik ben niet bang voor de dood. Ik geloof namelijk dat mijn vader me als eerste de hand schudt als ik 'boven' kom."


Sorteer reacties















